De geschiedenis van Stanza

1. Het begin: Toernee General

In 1994 stelden Marc Vermeesch en Dieter Verhofstadt vast dat zij een passie voor nederlandstalige muziek deelden. Samen met hun gemeenschappelijke vriend David Kestens, richtten zij Toernee General op. Hun repertoire bestond voornamelijk uit oudnederlandse liedjes in een eigen arrangement, zoals “Meientijd”, “De landman”, “De fiere schone maagd”, “Het meisje en de lindeboom”, “De monnik”, “Het lied van heer Halewijn”, “Wij willen vanavond vrolijk zijn”, “De negen soldaten” en enkele voor de hand liggende covers van Kadril. Die traditionele liedjes werden aangevuld met eigen werk. Marc stond garant voor bluesy  werk, met name “Ik moet het hebben”, “Ik weet dat je me geeft”, “Koffie en thee” en het ingetogen “Spiegelwand” met speelse en subtiele teksten. De liedjes die Dieter aanbracht, zoals “Eenzaam in Gent”, waren melancholisch getint en sloten aan bij wat men doorgaans verstaat onder kleinkunst. Met David op dwarsfluit, Marc op gitaar en blokfluit, Dieter op gitaar en zang, en af en toe een samenzang, genoten zij in ruime vriendenkring enige bijval en vrolijkten zij op zeer ongeregelde tijdstippen een feestje of een vernissage op. Bij zo’n gelegenheid viel Dieter Meganck voor hun muziek en hij sloot zich als bassist aan bij de groep. Toen Marc zich ook ging toeleggen op accordeon en Dieter V. zijn djembe in de groep introduceerde, nam Dieter M. steeds vaker de gitaar over. Zij sloegen nu ook samen aan het componeren, met een heleboel instrumentale nummers tot gevolg en ook enkele voorzien van tekst, zoals “Laat me binnen” of “De postbode”. Met “Alleen” en “Het huis waar het altijd heet is” deed Dieter M. zijn duit in het repertoire-zakje.
De troef van TG was tevens hun zwakte: veel verschillende instrumenten en bijgevolg een aandoenlijk rommelige podiumact, een veelheid maar daardoor ook een gebrek aan stijl. Met violist Koen Vanmeerbeek werd het geluid specifieker en homogener, en sloeg de balans definitief door naar de folk, dank zij Koens inbreng van een resem traditionele volksliederen. Het hoogtepunt van de groep was een optreden in het voorprogramma van Laïs in 1998 in Essen, de thuisbasis van de drie intussen beroemde meisjes.

 

2. Eerste rustpauze en onstaan van STANZA

Koen verliet de groep om zich toe te leggen op projecten die toch dichter aansloten bij zijn muzikale wensen, met name het intussen terug ontbonden Fra Maçon en de groep Vogel. TG groeide definitief uiteen toen achtereenvolgens David en Dieter V. een Erasmusavontuur aangingen in Spanje en Portugal. Dieter (V.) bleef liedjes schrijven. In 2001 was zijn repertoire dermate aangegroeid dat hij de oude strijdmakkers terug begon aan te porren om de werkzaamheden te hervatten. David had zich intussen in Zwitserland gevestigd, en Dieter M. en Marc hadden andere, al dan niet muzikale, prioriteiten. Pas in het najaar van 2002 kwamen Marc en Dieter weer samen, ditmaal voornamelijk om Dieters verse repertoire in te oefenen. Vrij snel konden zij Geert Volckaert uit hun vriendenkring recruteren. Geert speelt piano en synthesizer en schrijft volbloed kleinkunstliedjes. Ze gingen wekelijks repeteren, wat resulteerde in een vloed aan nieuwe melodieën, en oefenden het oude en nieuwe eigen werk in. De folkpiste werd definitief verlaten. Van het multi-instrumentalisme bleef enkel Marcs gespleten accordeon-gitaar-persoonlijkheid over. In februari 2003 hield Dieter een huisconcert, met zes liedjes in de driemansbezetting, een aantal nummers solo, en nog een paar met andere vrienden-muzikanten. Na afloop bleef het drumstel van Nico Steenkiste staan. Dieter had nog kortstondig met Nico een covergroep bestierd, waar Steven Hoste speelde op bas. Nico en Steven voelden wel wat voor het nieuwe project, en in maart 2003 stonden de vijf in café “Virus” in het Gentse patershol, voor een feestje van de even teruggekeerde David . In mei 2003 speelden ze hun eerste echte optreden, in café “De Afkikker”, waar ooit Toernee General nog was begonnen.

 

3. Breuklijn en ontbinding

In 2004 verkaste drummer Nico naar de ambitieuze rockgroep Headphone. Een vervanger werd gevonden in Stevens neef, alweer een Dieter. Optredens volgden in Gentse en Leuvense cafés.  Repeteren in de Destelbergense villa die Dieter V. deelde met zijn oom, kon niet langer en de groep week uit. Eerst naar de loodsen onder het bedrijf van Marc, na burengerucht naar een zaal boven café “’t Tonneke”.
Om professionele redenen haakte Dieter H. af. Enkele wervende advertenties lokten de ervaren Armando Cappaert naar de groep, die haar dadelijk voor de keuze stelde: intenser werken en ambitieuzer zijn, of in de marge blijven spelen voor het plezier. Zijn ideeën zorgden voor een breuklijn in de groep. Dieter en Steven hadden oren naar het plan, terwijl Marc en Geert om familiale redenen hun inspanningen niet konden verhogen. Een pianist werd niet gevonden, een nieuwe gitarist wel: Dinny Vandeputte werkte mee aan de nieuwe nummers die zouden verschijnen op de demo ter gelegenheid van het Nekka-concours voor nederlandstalige groepen. Naast “De godin van het laatste momentî”, “Passiespel” en “Huil maar”, nam STANZA ook een cover op van Kris De Bruynes “Vilvoorde City”. Uit 94 inzendingen bleef de demo steken in de selectieronde. Dit was een heuse domper op het enthousiasme. De groep laste half 2005 een rustpauze in die uiteindelijk in een feitelijke ontbinding resulteerde. Ieder keerde terug naar de eerste liefde: Armando werkte mee aan TV Tampa, het vervolg op het in de  jaren ’80 succesvolle Toy. Dinny stichtte metal-band September Syn. Steven zocht het stevigere baswerk op in diverse funkbands. Dieter werkte voort aan de uitbouw van het eigen repertoire en aan een manier om dat aan een publiek te presenteren. Intussen voegde hij zich bij folkformatie Monday Meadows.

 

4. Wedergeboorte en demo

Begin 2007 vond het viertal elkaar weer rond Dieters bewerking van Louis Neefs “Laat ons een bloem” voor het Zo is er maar één-concours van TV1. Het bossa-arrangement genoot veel bijval en de leden stonden niet weigerachtig tegenover herhaalde bijeenkomsten. In mei volgde een nieuwe uitdaging: het Haarlemse Ampzing-genootschap programmeerde de groep in haar wekelijkse radio-uitzending op Haarlem 105. Bruno Bauwens vulde de leemte in op accordeon, die sinds het vertrek van duizendpoot Marc was ontstaan. Opnieuw nam Stanza deel aan de Nekkawedstrijd. Ditmaal mochten we optreden in café Rood-Wit in Berchem, maar de halve finale haalden we niet.
In 2008 was de bezetting alweer veranderd en uitgebreid. Bruno, Steven en Dieter bleven. Samy Pintor verzorgde nu de melodieuze gitaarpartijen met zijn bluesy stijl die hij ontwikkelde bij Francis Wildemeersch. Met Katrien Dewilde werd het vocale register opengetrokken naar het vrouwelijke spectrum. Willem Wageman tenslotte was de nieuwe percussionist. De groep werkte een theaterprogramma uit met een eerste performance in Bavikhove, Sir John’s theatre, en trad veel op dankzij de organisatie Coming Bands.
Niet veel later nam Stanza een eerste professionele demo op in de Sweet & Sour studio van Niek Tournois, die voornamelijk naam had gemaakt in het metal-milieu en zijn activiteiten naar andere genres wou uitbreiden. Een producer werd gevonden in Pedro Debruyckere. De terugkeer van Dinny en Armando zorgde tevens voor een verdere evolutie naar een meer popgetinte sound. Dieter schreef “Het laatste lied” en “De Suggestie”, waar meer ruimte werd gemaakt voor de instrumenten en hij zijn tekstuele driften bedwong. De keuze om de demo te vervolledigen viel op “Meisjes van bij ons” en het verjazzde en verzigeunerde “Lydia”. Na hard werken, met enkele dolle repetitieweekends in het huis van Armando in Maaseik, werd de demo opgenomen op vijf opeenvolgende dagen. De mix en mastering duurde tot diep in 2009 en pas in maart was de eersteling geperst op 400 exemplaren, die zowel voor verkoop als demo-materiaal moesten dienen.
Meteen na de release sloeg de “vloek van de drummers” opnieuw toe: Armando had een wijnhandel opgezet en in combinatie daarmee waren de lange ritten over en weer naar het Gentse niet langer vol te houden. Van toen af werkte Stanza met gelegenheidsdrummers, onder andere Niels Delvaux, die de groep versterkte voor de deelname aan Nekka 2009, waarin we strandden voor de halve finales. In 2010 wierpen Steven en Dieter zich volop op de ontwikkeling van de website en een alomtegenwoordigheid op het Internet, waarover je alles kan lezen in De online band, een artikel in twee delen van Steven. Daarnaast organiseerden we een concertreeks in café De Nauwe Zak, waar we bevriende groepen uitnodigden, met name Dr. Eugène, Wiwok, Animal Wonka en Wim Van Caelenbergh.

3 gedachten over “De geschiedenis van Stanza

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *