Concert van SAF in Arscene (Hansbeke)

Eindelijk kon ik dan een volledig concert bijwonen van SAF, gesublimeerde bloedbroeder van de melancholische mijner meervoudige persoonlijkheden. De plaats van het blijde zien was een soort privaat cultureel centrum, Arscene in Hansbeke. Ik had zes man manu quasi-militari meegesleurd want ik wist dat ze het zich niet zouden beklagen.

Wouter/Arscene leidde de band in als iets dat hij had gezien, dan vergeten, dan weer herinnerd om niet meer te vergeten. Op het podium zaten vijf rasmuzikanten die geen plunje nodig hadden om artisticiteit uit te stralen en één man zat geknield toe te kijken hoe ze instrumentaal van start gingen. Hij droeg wél een artistiek plunje maar zijn nachtravenpak zat hem dan ook als gegoten. Toen de band klaar was met demonstreren dat ze de avond ook prima hadden kunnen opvrolijken zonder hun voorman, sprong die op het podium met in de ene hand een micro en de andere hand een glas rode wijn, dat niet het laatste van die avond zou worden en vermoedelijk ook niet het eerste was.

SAF ontvouwde eveneens meervoudige persoonlijkheden. Tijdens zijn muzikale ontboezemingen was hij een magneet voor het publiek, met zijn schorre stem die toch een groot bereik bestreek, met zijn schilder-achtige armbewegingen die de smart van zijn personages illustreerden en door zijn ogen nu eens te laten uitpuilen, dan weer te verbergen onder de schaduw van zijn hoed en de schijnwerpers te laten richten op zijn manische grijns. Tussen de nummers door zagen we een onzekere jongen, zich verontschuldigend voor zijn aanwezigheid bijna, onvermogend om zijn kunststukjes aan elkaar te smeden en bijna smekend zijn muzikanten de boel in te zetten. Hoe vreemd! Misschien dat de aandacht die het publiek verlangde, geschonken werd aan het ingeschonkene. Sporadisch kregen we de arrogante leider te zien aan wiens lippen het publiek wou blijven hangen. Maar goed … hoe je de Regi moet vinden in het diepst van de miserie, dat weet je pas als je Leonard Cohen bent en de 80 nabij.

SAF zat kennelijk om materiaal verlegen voor deze lange set, die in twee werd gedeeld. Dat bleek uit het van Nekka overgehouden “Hoppa” van Raymond, en uit twee van het blad af gezongen toevoegingen, waaronder “Belgique”, een bewerking van “Clap hands” uit de Rain Dogs van Tom Waits, die inderdaad een herkenbare invloed is. Op het einde riep het publiek om bisnummers, oprecht en beleefd. Het werden échte bissen, wat ik wel kan waarderen en een voorgedragen gedicht als finale toemaat. Daarin toonde SAF nogmaals dat hij in de dictie geen tegenstand hoeft te vrezen, om zich vervolgens geprangd tussen misprijzen en onschuld naar de toog te begeven.

Voor de rest kregen we gans de cd voorgeschoteld, met “Plakken” en “Blijf van mijn lijf” als energetische uitschieters, maar “’t Schrijfsterke” als lieflijk orgelpunt. Hoe veelgelaagd de poëzie van SAF is, blijkt uit het feit dat ik voor de verwijzing naar Guido Gezelle zijn “Schrijverke” een soufflé van mijn vader nodig had. Tussen die gescheerde toppen kregen we het grootste instrumentale vernuft te horen, gecombineerd met Gentse duivelaanbidding. Masscheroen was alvast welwillend in de accordeonist gevaren, die speelt alsof hij letterlijk muziek eet en drinkt, alle ogenblikken van de dag. Een genot om te horen. Open doekje voor de drummer, die de rest van het kruim toeliet op het niveau te spelen dat de lyriek tot zijn recht doet komen.

Na afloop kon ik de cd bemachtigen en een praatje slaan, over dubbeloptredens en meer van die grappenmakerij. Meervoudige beluistering, met al mijn persoonlijkheden, leerde me intussen dat de Duivel een haast constante rol krijgt toebedeeld in het oeuvre van deze afstammeling van de 39, of anders wel van een vrij ambacht. Ik vraag aan de Duivel om nog even te wachten met SAF te komen halen. Ik heb er zelfs een stukje van mijn ziel voor veil.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *