Noël Fack, de eerste mens die Gèns op cd zette(ge)

Enkele weken terug woonde ik de boekvoorstelling bij van Jo Van Dammes debuut Ledeberg. Die werd opgeluisterd met een kort blijspel door Daan Hugaert en Bob De Moor en met liedjes van de Gentse volkszanger Noël Fack. Ik was eerlijk gezegd meer voor de liederen gekomen dan voor de boekvoorstelling. De voorstelling stelde niet teleur: de geroutineerde accordeonist bracht de Gentse liedjes met veel naturel. Het volkslied voer ik hoog in het vaandel en ik was benieuwd naar meer. Daarom zocht ik zocht Noël op voor een twee uur durend gesprek over het Gentse volkslied, waarvoor ik geen vragenlijst moest voorbereiden: de man is een al even begenadigd verteller als muzikant.

Zoals je op zijn website kan lezen biedt Noël een gevarieerd aanbod aan entertainment. Eén van zijn groepen heet “De dreidekkers“, een groepsnaam die hij ontleende aan de Gentse volksspreuk “Kaak, kaak, nen twiedekker”. Die uitdrukking dateert van toen de luchtvaart opkwam, en er een luchthaven werd geopend in Sint-Denijs. Het volk zinspeelde met zijn zegswijzen dikwijls op dergelijke actuele thema’s, maar het eigenlijke onderwerp is het sociaal verkeer. “Kijk, kijk, een tweedekker” zei men wanneer men de conversatie beu raakte en men er vanonder wou muizen. Begin de jaren 90 maakte Noël voor het eerst een compilatie van Gentse volksliederen. Omdat ze met drie muzikanten waren, werd de titel van die plaat “Kaak, kaak, nen dreidekker“. Die plaat kwam overigens uit op CD, wat begin de jaren 90 nog een moderne en mogelijk gewaagde keuze was. De meeste muziekliefhebbers hadden nog altijd de “pick-up” niet weggegooid en zeker niet het al wat oudere en volkse doelpubliek van de Dreidekkers. Producer Will Ferdy vond het geen goed idee, maar Fack dreef zijn zin door. Later hoorde Fack van vele kopers dat ze eerst zijn cd hadden gekocht, en daarna een cd-speler om hem te kunnen beluisteren. Een groot compliment, voor de eerste mens die een cd opnam in het Gents.

De eersteling werd net als al zijn opvolgers opgenomen in de DK-studio in Destelbergen. Toen had nog niet elke muzikant eigen opname-apparatuur en software. Een plaat opnemen was duur, en aangezien er geen platenfirma achter de Dreidekkers stond, was er een gulle sponsorhand nodig. Een bankdirecteur met het hart en de portefeuille op de juiste plaats, dixit Fack, leverde de nodige 400 000 frank (10 000 euro). Dat hart klopte niet alleen voor het Gentse volkslied. De opbrengst van de cd ging namelijk naar de oprichting van een sociaal restaurant, waar mensen die in armoede leefden, konden komen eten én werden bediend door koks en obers die in de rehabilitatie zaten. Ook de latere cd’s van de Dreidekkers dienden telkens voor een sociaal project in de stad, zoals de kringloopwinkel aan de Vlaamse Kaai. Noël zijn verleden als ambtenaar bij het OCMW is daar niet vreemd aan, maar hij verbergt niet dat zijn gulheid mee werd geïnspireerd door de wetenschap dat anders de belastingen toch maar met de opbrengst gingen lopen.

De Dreidekkers zitten aan hun zesde cd, maar eigenlijk zijn het er zeven. Met de tweede plaat was er namelijk een ongelukje gebeurd tijdens het persen. Noël kreeg telefoon van een bevriende muzikant die zijn exemplaar al in de speler had gelegd en een echo hoorde aan het einde van elk nummer. Noël luisterde en kreeg een klein infarct. Hij belde op zijn beurt Will Ferdy en ook die moest van de eerste schrik bekomen. Ferdy nam de verantwoordelijkheid op zich en betaalde een nieuwe persing uit eigen zak. Maar hoe gingen ze de goede exemplaren van de foute onderscheiden? Dus kreeg de nieuwe persing een andere kleur: in plaats van een rode schijf, die geïnspireerd was door de kleuren van Pierke Pierlala, werd het cd’tje in zwart gedompeld. Als fans Noël dus fier vertellen dat ze àl zijn cd’s hebben, vraagt hij plagerig “alle zeven?” Want als ze de rode hebben, dan hebben ze de zwarte niet en omgekeerd.

Van de originele Dreidekkers blijft alleen Noël over: zijn vader Henri Fack en zangeres Rosa Geinger zijn er niet meer bij. Voor Rosa koestert hij een grote bewondering. In 1995 overleed zij en in 2006 kreeg ze een eigen straat, die Noël mee inhuldigde . Haar rol wordt nu overgenomen door mevrouw Fack, beter bekend als Charlène. Zij zingt onder meer het liedje van de “Roste Wasser”, een Gentse volksfiguur uit het interbellum. Fack maakte de tekst op de muziek van “Leopold II”, een lied van Jef Elbers. Hij nam ook het thema over van een beroemde historische figuur die terugkeert naar zijn stad en tussen weemoed en verontwaardiging de teloorgang aanschouwt, een idee dat we verder terugvinden bij Pieter Bruegel in Brussel van Wannes Van de Velde. Ook diens “Mansarde” heeft Fack op een van zijn cd’s aan een vergentsing onderworpen. Hij stuurde zijn versie op naar Wannes ter goedkeuring en die vond het prima. Merkwaardig is dat ook Jef Elbers een eigen versie heeft gemaakt van het lied over de zolderkamer. Een collectief bewustzijn van stadszangers of een stiekeme adoratie?

Hoewel hij met zijn Gentse volksliederen voornamelijk een ouder publiek bereikt, is er af en toe een opflakkering van interesse. Onlangs maakte Publiek Geheim een uitzending over de zeppelin die in WO I neerstortte op een woonwijk in Sint-Amandsberg. Canvas zocht naar muzikale omlijsting en kwam uiteraard bij Noël Fack terecht. Als notoir verzamelaar kon hij moeiteloos liederen opdiepen uit die tijd, die vertelden over de vreselijke gebeurtenis. Voor zo’n opdrachten gaat Noël tot het uiterste: hij stroomlijnt het lied met behulp van wat er rest aan partituren, maar hij pluist de hele geschiedenis na, zodat hij zich volledig kan inleven in het lied. Hij vindt het bovendien erg interessant om via de overgeleverde lyriek onze geschiedenis te herontdekken. Soms is de partituur summier, zodat hij de gaten moet opvullen met wat hem als natuurlijk voorkomt. En als niemand het origineel nog kent, dan is zijn versie toch de enige echte!

Een andere prestigieuze opdracht kwam alweer uit de luchtvaart, terwijl de Dreidekkers niet eens ontstaan zijn vanuit een passie voor de technologie. Ditmaal vroeg auteur Piet Dhanens aan Noël of hij de opluistering kon verzorgen van de voorstelling van “Een eeuw luchtvaart boven Gent“. Voor die gelegenheid mocht de zanger plaatsnemen in een échte dreidekker, een Fokker die in Hasselt nog regelmatig het luchtruim kiest. Jammer genoeg kon Noël nog nooit mee opstijgen, omdat er simpelweg geen passagiersstoel voorzien is, en het een beetje laat is om de Fokker te leren besturen. Net als het volkslied is het besturen van oude vliegtuigen trouwens een uitstervende kunst. Op die manier heeft Noël uiteindelijk toch een affiniteit gekregen met het vliegwezen. Een plastieken Jezus, of een self fulfilling prophecy?

Aldus bewandelt Noël het muzikale pad tussen de etnomusicologie en de gelegenheidsperformance. Ik vroeg hem of hij soms volledig eigen werk componeert, maar behalve het vervolledigen van een bestaande melodie en het maken van parodieën à la de Strangers blijkt dat niet het geval. Gelegenheidsteksten zijn z’n sterke punt en hij heeft niet die artistieke geldingsdrang of politieke missie die bijvoorbeeld Karel Waeri wel had, de Gentse epigoon van het volkslied, singer-songwriter en protestzanger avant la lettre. Fack heeft tamelijk wat liedjes van Waeri opgenomen met de Dreidekkers. Zijn ander materiaal haalt hij uit het standaardwerk van Richard Van Kenhove en Albert Lepage, maar vooral uit de talloze schriftjes en boekjes die hij opgestuurd krijgt door bewonderaars en sympathisanten. Het volkslied, dat oorspronkelijk een pure orale traditie was, heeft voornamelijk kunnen overleven doordat de zangers hun broodwinning begonnen te halen uit de verkoop van “vliegende blaadjes”, gedrukte exemplaren van enkele vellen papier, die na de performance gretig aftrek vonden. Flyers, lijk da’ze zeggen.

Zijn liefde voor het Gentse volkslied en zijn volgehouden inspanningen om het levend te houden, hebben van Noël Fack een bekende Gentenaar gemaakt, en een graag geziene figuur in de Gentse Sosseteit. Hij heeft met Walter De Buck gespeeld en met Eddy Wally. Op de 75ste verjaardag van Romain De Coninck (die voor zijn vele revues honderden liedjes maakte in het Gentse dialect), speelde hij accordeon in de koets die Romain en Yvonne door de stad voerde. Hij organiseert de Gentse Feestenshow en heeft er een rijk theaterverleden opzitten, met theater Taptoe.  De meeste mensen zouden vijf levens nodig hebben om al die activiteiten een plaats te geven. Noël Fack doet het in één, en daarbij vindt hij nog de tijd om een bewonderaar te ontvangen op een vrijdagavond, met de hond op schoot verhalen te vertellen en mij rond te leiden in zijn huis vol rekwisieten. Bedankt Noël!

2 gedachten over “Noël Fack, de eerste mens die Gèns op cd zette(ge)

  1. Geachte,

    is het mogelijk deze CD aan te kopen "kaak kaak nen driedekker" naar een idee van Noel Fack
    WEP CD 1111
    Met dankl bij voorbaat
    Van Lint Rene

Laat een reactie achter op Dieter Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *