De hand van meester Raymond (2) – Vlaanderen boven

In zijn jonge jaren was Raymond nog niet de politiek correcte protestzanger van “L’étranger c’est mon ami” of “Weg met Amerika” en schopte hij nog écht tegen de schenen van het establishment. Nadat hij de evenwichtsoefening “Meisjes!” tot een relatief goed einde had gebracht – het werd geweigerd in Nederland om vrouwonvriendelijke redenen – waagde hij zich aan een nog heter hangijzer: vaderlandsliefde. Dat was toen al zo, in de niet zo bloemrijke naweeën van de flower power. Anno 2012 is een Vlaams volkslied nog verdachter, om niet te zeggen huiveringwekkend voor de artistieke en mediatieke goegemeente, waar men al dan niet terecht liever koketteert met de Belgische smeltkroes dan met de purperen heimat.

Maar Raymond laat of liet zich door niemand de wetten voorschrijven en maakte een lied dat onze Vlaamse volksaard beter weerspiegelt dan Rodenbach of andere poëtische minnaars van Vlaamse klei ooit deden. Daartoe hanteert hij een concept dat sinds de inquisitie wat in onbruik was geraakt in onze contreien, maar al bekend is van bij “Van den Vos Reynaerde“: spot en zelfspot. Door dit te vermengen met authentieke elementen uit onze natuur en cultuur, kreeg de vaderlandsliefde een modern jasje. We zijn eigenlijk wel fier op onze landsstreek maar we willen het om allerlei redenen niet zo rechtuit zeggen.

Laat ons even kijken naar de elementen die “Vlaanderen Boven” tot zo’n succes hebben gemaakt. Eerst luisteren:

https://www.youtube.com/watch?v=aV_qCQmmU3c

Structuur

Het lied heeft de allerklassiekste structuur in de poprock (ISSRSSRsBRO), met vertellende strofen, een repetitief refrein en een brugje op het einde naar het laatste refrein. Er zitten allerlei plezierige vondsten in het arrangement, zoals het pentatonisch motiefje in de solo, de staccato riffs en het handgeklap in de strofe, de “oe-oe” kreetjes aan het einde van het refrein, of het lacherige riedeltje als antwoord op “waar de rijkswacht goed functioneert”.

Over de akkoorden valt niet bijster veel te vertellen. Het lied staat in G-groot. De strofen hebben een typische I-vi afwisseling, met een superpositie van dominanten om terug naar de I te komen. Het enige modale akkoord is de A (de grote toonladder van G heeft een Am als tweede akkoord), die leidt naar de dominant D. In de refreinen volgt een typische I-IV-V combinatie, wat het refrein naar goede gewoonte krachtiger maakt dan de strofen. De brug herhaalt elementen uit de strofe, met onder meer de modale A-D-G overgang.

Tekst

De sterkte van het nummer zit dan ook in de tekst, waarin de auteur voortdurend speelt met de dubbelzinnige houding die de Vlaming/Belg aanneemt tegenover zijn tweevoudige vaderland. Er zitten drie gemoedstoestanden in de tekst: authentieke liefde voor herkenbare elementen, spot met den Belzjiek en zelfspot met de Vlaamse volksaard.

De herkenbare elementen zijn goed eten en drinken, geografisch-architecturale kenmerken en het katholieke verenigingsleven. De spot betreft de niet zo goed functionerende instellingen van koning, rijkswacht, politiek en BRT (in de persoon van de wat verloren gelopen  Francis Bay). De milde zelfspot gaat dan over de matige beheersing van het standaard-Nederlands, de kneuterigheid van het eerder vermelde verenigingsleven, de geringe verbeeldingskracht in onze romantiek en reisbestemmingen en het effect van al dat eten en drinken op de BMI.

Hoewel er duchtig de spot gedreven wordt is de toon nooit sarcastisch, omdat de voorbeelden altijd erg onschuldig zijn en mikken op de monkellach, eerder dan op de zure oprisping. Doordat die milde toon de balans doet overhellen naar de liefhebbende kant, is het een alternatief volkslied kunnen worden. Toen Raymond het lied in 2002 heruitbracht naar aanleiding van de verkiezing tot officieel feestlied van de Vlaamse Gemeenschap, bleek het nodig enkele gedateerde passages te vervangen. Als ik het nu herbeluister valt het ook op dat de zanger niet zo veel aandacht heeft besteed aan de zingbaarheid van de tekst. Dat de “schuimwijnkoningin defileert”, “Francis Bay ’t orkest dirigeert”, “de kleurenbuis grijs is”, “men ernst zo danig prijst” en men “fouten aan de toog expliceert” komt eigenlijk niet zo vlot uit de mond. Dat het lied ondanks dat gebrek aan actualiteit en zingbaarheid toch nog zo herkenbaar is en van de tong rolt, zegt veel over de sterke punten.

Het sterkste onderdeel is ongetwijfeld het in koor gezongen “Vlaanderen boven!”, dat het refrein aanheft en de indruk herstelt van een fier volkslied, waarna het even heftig gezongen “Vlaanderen buiten” weer voor twijfel zorgt: gaat dat nu over de boerenbuiten of willen we de net-niet-natie weggooien? Die afwisseling in het refrein echoot de voortdurende tweestrijd in de strofes, maar dan op een primitiever, brulbaar niveau. Meesterschap.

Waar er mossel met friet is
Waar er kip aan het spit is
Waar de kerk in’t midden staat
Waar de purperen hei bloeit
En het geld in het zwart vloeit
Waar men nauwelijks Nederlands praat

Waar een diploma geen zin heeft
En de koning geen kind heeft
Waar de schuimwijnkoningin defileert
Waar het volk goedlachs is
En een vuist zonder kracht is
Waar men fouten aan de toog expliceert

Vlaanderen boven
Waar men de Heer nog kan loven
Waar de mensen belangrijk zijn
En de buiken omvangrijk zijn
Vlaanderen buiten
Waar de vogeltjes fluiten
Vlaanderen mijn land
Bij het Noordzeestrand

Waar een kleurenbuis grijs is
Een schroef nog een vijs is
Waar een Rijkswacht goed functioneert
Waar een pik een houweel is
En geen pintje te veel is
Francis Bay het orkest dirigeert.

Waar een g soms een h is
AVV VVK is
Waar men ernst zo danig prijst
Waar de Chiro paraat staat
De vrouw aan de vaat staat
De camera traag gaat
De premier nogal vaag praat
De vakantie naar Spanje wijst

Vlaanderen boven
Waar men de Heer nog kan loven
Waar de mensen belangrijk zijn
En de buiken omvangrijk zijn
Vlaanderen buiten
Waar de vogeltjes fluiten
Vlaanderen mijn land
Bij het Noordzeestrand

De Kemmelberg, het Gravensteen,
De Koekelbergbasiliek
(ja, die van Koekelberg)
de waterzooi,
het meisje in’t hooi
de Vlaamse romantiek

Vlaanderen boven
Waar men een peer nog kan stoven
Waar de mensen belangrijk zijn
En de pensen omvangrijk zijn
Vlaanderen buiten
Waar ik de Heer nog zal spuiten
Vlaanderen mijn land
Bij het Noordzeestrand

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *