De hand van meester Raymond (5 en slot) – Twee meisjes

We besluiten dit vijfluik met het recentste van die vijf uitverkoren meesterwerken, “Twee meisjes” uit 1995. In top-100s aller tijden dook dit lied steeds vaker op, om op zeker ogenblik zelfs tot beste Nederlandstalig lied aller tijden verkozen te worden, waarmee het het ongenaakbaar gewaande “Mia” van de troon stootte.

De spaarzame tekst geeft een zomerse melancholie weer, zoals we die kennen van de vroege samba en bossanova uit Brazilië. Daar kwam de garota de Ipanema nog voorbijgewandeld, hier liggen de meisjes op het strand en lezen modebladen. De rest doet er niet meer toe. Elke man herinnert zich het opkomend vuur in het kruis als zijn 15-jarige ik meisjes zag liggen op het strand, elke vrouw ziet haar dochters liggen en mijmert over haar lijn, elke vader wil hen beschermen tegen al te vurige snaken en elk meisje op het strand denkt: laat mij hier nu eens gewoon liggen, praten met een vriend en straks nog eens op de plank in zee gaan. Toch is het deken zwaar en slaat een bladzijde om. Geen meisjesonschuld kan op tegen de levensbeschouwing van de rijpe zanger.

Zo’n zachte, weemoedige tekst schrijven is één zaak. De sfeer overbrengen met de muziek is een andere. Raymond maakt dit sfeerstuk interessant door substituties.

  • In aanleg vraagt de melodie om een i-V afwisseling in mineur. Dat wordt Dm-A in re mineur. Een strofe zou er dan Dm-A-A-Dm Dm-A-A-Dm uitzien.
  • De eerste substitutie is Bb voor Dm, of VI voor i in het vijfde akkoord. Dat geeft meteen aanleiding voor de dalende baslijn D-C-Bb van het vierde naar het vijfde akkoord. De structuur is nu Dm-A-A-Dm Bb-A-A-Dm
  • De tweede substitutie is E voor A in het zesde akkoord. E is de dominant van A in diens toonladder en “vraagt” om oplossing in A. De noot in de melodie is een mi, dus dat gaat daar perfect. De structuur wordt aldus Dm-A-A-Dm Bb-E-A-Dm

De melodie kabbelt lekker door maar Raymond besloot er toch een refrein-achtige afwisseling aan toe te voegen, door nog een paar substituties door te voeren.

  • Het “refrein” begint met F, die Dm als harmonische minor heeft en dus zijn “grote broer” is. In een lied dat in mineur staat, is de overschakeling naar de grote broer een typische manier om blijdschap of statigheid te injecteren.
  • Van F gaat het naar C, die harmonisch past bij de sol in de melodie én de dominant is van F. Daarna keren A en Dm weer.
  • Op het einde van die lijn verschuift de E-A progressie naar het einde, om terug te “vragen” naar een Dm, wat de herneming van de originele lijn voorbereidt.
  • Er is dus nog een extra akkoord nodig dat de brug slaat tussen Bb en E. Dat akkoord wordt Gm, de harmonische minor van Bb, met noten sol-sib-re. Het creëert een stevige “suspension” met de mi die er bovenop wordt gezongen en zelfs gespeeld. En door de chromatische verschuiving van sol en sib (in Gm) naar sol# en si (in E) is het een prima akkoord om naar de E te vragen.

Volgens meneer Wikipedia was er eerst de melodie. Dat hoor je ook aan het respect waarmee de melodie behandeld wordt: eerst de piano met bas, dan de zanglijn met bas en pas dan treden de akkoorden in werking. De melodie ontstond op een strand en dus hoeft het geen verbazing te wekken welk thema bij de deun kwam.

Conclusie van deze serie

Het zou onredelijk zijn het vakmanschap en de artisticiteit van Raymond van het Groenewoud volledig te verklaren vanuit een handvol songs. Toch kunnen we uit de vijf gekozen liedjes al een enorme veelzijdigheid afleiden en een patroon herkennen in de manier waarop hij de nummers kneedt zodat ze vatbaar worden voor een groot publiek:

  1. Meisjes heeft een hoge energie door de superpositie van grote akkoorden. De thematiek danst op het slappe koord van de vrouwenliefhebberij.
  2. In Vlaanderen boven zijn het tekstuele frivoliteiten en de zelfspot die de alhier verdachte vaderlandsliefde verteerbaar maken.
  3. In Chachacha leidt het vrolijke, atekstuele refrein de aandacht af van de bitterheid in de strofen om zoveel miskenning en muzikaal snobisme.
  4. De cover van Je veux de l’amour is weliswaar een pure vertaling, maar Raymond maakt zich deze smartlap over het leven in de goot eigen door de vocale energie helemaal over te nemen in zijn zang en door de momenten te baat te nemen waar de eigen taal een leuke vondst in petto heeft.
  5. Twee meisjes is een weemoedige ballade over vergankelijke jeugd die interessant blijft door de naïeve progressie te voorzien van substituties en door een rijk geschakeerd, onconventioneel arrangement.

Schuingedrukt staat het patroon: een thematiek en gevoelens die ambigu zijn in onze maatschappij of zelfs negatief worden opgevat. Vetgedrukt staan de technieken: positieve elementen die de thematiek verteerbaar maken, de tekst en de melodie interessant houden en de liedjes promoveren tot meezingers.

Hier valt wat van te leren. Niet?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *