Hoe schrijf ik een lied (2) – Structuur

Dit is het tweede deel in onze reeks, waarin we uitleggen hoe je een liedje kan schrijven. In dit deel hebben we het over de structuur.

In de popmuziek hebben liedjes vaak de volgende structuur:

  • Begin
  • Strofe
  • Refrein
  • Strofe
  • Refrein
  • (herhaling van het refrein)
  • Brug
  • (een solo op het refrein)
  • (een herhaling van het refrein)
  • Einde

Het Begin en het Einde noemen we intro en outtro. Het zijn korte muzikale stukjes. De intro zal eventjes blijven hangen op het begin van de strofe. De outtro zal dikwijls het einde van het refrein herhalen.

De strofe is het vertellende deel. Het is meestal een beetje kalmer gezongen om het verhaal goed te laten doordringen. Het refrein bevat het belangrijkste idee. Het is heviger gezongen en gespeeld, omdat het minder vertelt en eerder het gevoel moet overbrengen.

https://www.youtube.com/watch?v=aV_qCQmmU3c

De strofen zijn telkens anders. Het refrein wordt meestal herhaald of hebben onderling lichte verschillen. Sommige liedjes beginnen met het refrein, om meteen op te wekken.

Die opeenvolging van strofen en refreinen zorgt aan de ene kant voor een evolutie (in de strofen) en aan de andere kant voor een herhaling (in de refreinen). De luisteraars willen iets nieuws leren kennen, maar ze willen ook niet de hele tijd opletten. Daarom vinden ze het prettig als ze het refrein al bij de tweede keer in het lied herkennen of het zelfs kunnen meezingen. Zeker als ze een tweede keer het liedje horen, verlangen ze naar het refrein. Dat verlangen wordt ingelost, maar niet zomaar: ze krijgen telkens iets nieuws in elke strofe. Er is een evenwicht.

In de popmuziek is er verder nog de brug. De brug komt op het moment dat het refrein al een paar keer herhaald is. Moderne mensen hebben meer behoefte aan verrassing dan aan herhaling. De brug is meestal een muzikaal tussenstukje dat wel anders is dan strofe en refrein, maar dat toch verwant is met de melodie. Dikwijls eindigt het op een manier die het muzikaal gevoel# van de luisteraar opnieuw doet verlangen naar het refrein.

Dat refrein komt ook en wordt nog enkele keren herhaald, soms met tekst en soms zonder. Als er zang is, dan gaat die vaak naar een climax. Als er geen zang is, neemt een solo-instrument die rol over. Het refrein deint uit of het eindigt in de outtro.

https://www.youtube.com/watch?v=xo-J1wf2KHc

Door die structuur dikwijls te gebruiken, ontstaat een herkenning op een hoger niveau. Na verloop van tijd wordt het een cliché. Daarom zal men net andere structuren gebruiken, die de luisteraar toch weer verrassen.

Liedjes hebben niet altijd een popstructuur gehad. Popmuziek is gegroeid als een combinatie van simpele liedjes uit de Europese volksmuziek, ingewikkelde composities uit de klassieke muziek en Afrikaanse ritmes via de Amerikaanse blues. Nu nog heb je allerlei soorten muziek met simpelere of ingewikkeldere structuren. De wereld is groot en elke cultuur heeft zijn muzikale stijl.

De volledige reeks:

  1. Hoe schrijf ik een lied (1) – onderdelen en ontstaan
  2. Hoe schrijf ik een lied (2) – structuur
  3. Hoe schrijf ik een lied (3) – over volksmuziek en rijmen
  4. Hoe schrijf ik een lied (4) – technieken
  5. Hoe schrijf ik een lied (5 en slot) – er zijn geen regels

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *