Stoomboot verlaat haven

Twee jaar geleden won Stoomboot de Nekka-wedstrijd. Nu heeft hij zijn debuutalbum uit. Stanza reflecteert en recenseert.

1. Stoomboot – de groep

Toen Stanza naar een groepsnaam zocht, besloten we daar een democratisch proces van te maken. Aan die beslissing ging ook een democratisch proces vooraf. Ik herinner me niet meer hoe de avond begon. In elk geval was de stembusgang pienter opgevat. Iedereen mocht namen bij de vleet bedenken. Na één ronde bleven vijf vondsten over aan de hand van een aflopend puntensysteem. Iedereen mocht ook een veto uitbrengen.  In de tweede ronde kozen we definitief. Dan blijf je over met Stanza, iets dat genoeg betekenis heeft om te overtuigen, maar dat neutraal genoeg is om niemand voor het hoofd te stoten. We zijn tien jaar verder en ik ben de groepsnaam nog altijd niet beu, ook al zijn we al lang geen groep meer.

Zo’n vernuftig proces lijkt niet geleid te hebben tot “School is cool” of “And they spoke in anthems”, groepsnamen waarvan de auteurs al lang spijt hebben terwijl de carrière nog aan het optrekken is. Een twijfelgeval is “Stoomboot”, het pseudoniem van Niels Boutsen, die twee jaar geleden verrassend de Nekka-wedstrijd won. ’t Is op zich geen slecht woord: de klank is krachtig, de betekenis is bekend maar uit de tijd, dus recyclage lijkt een goed idee. Maar laten we eerlijk zijn: er komen vier andere woorden bij je op als je “Stoomboot” hoort en samen vormen zij een kinderliedje. Een Nederlandstalige toondichter loopt vanzelf al het risico op een associatie met al wat klein is, dus flirt elke verwijzing naar een kleutertje met de artistieke ondergang. Het vergt moed, voor een 19-jarige zanger, om als Stoomboot door het leven te gaan. We hebben hier dus te maken met een punker of een seut.

Vanbinnen ben ik een cynicus maar ik doe mijn best om een goeie kerel te zijn. Ik word hierin geholpen door “Samenzweringman”, een prima liedje over een actueel thema. Boutsen kan goed tokkelen en strummen, en dat terwijl hij zingt. Ik kan dat niet eens asynchroon, dus mijn bewondering is legio. Hij heeft gevoel voor ritme, melodie en taal. Hij schrijft geen triviale teksten en gebruikt al eens een bundel jazz-akkoorden. Alles lijkt dus aanwezig om de sporen van Kommilfoo, Raymond of Baldwin de Grote te drukken.

Er is dat accent. Die aangeblazen medeklinkers en hete aardappelklinkers. Een geladen woord als “dood” klinkt plots als een gimmick: “dheuwth”. Het is een drempel. Maar zingt Raymond ook niet in een vreemdsoortig Nederlands? En zingen we niet allemaal vrolijk mee?

De voorzichtige fluisterzang helpt evenmin om uit de kleinkunstklei getrokken te worden. Maar Stoomboot wil dat niet. Hij wentelt zich in dat idioom. De strijd is bitter, dus is het wellicht verstandig om hem niet te voeren en gewoon jezelf te zijn. En dat op 21 jaar.

Hij speelt echt goed gitaar.

Stoomboot

2. Stoomboot – het album

Stoomboot heeft twee jaar na de overwinning een plaat uitgebracht. Het is onmogelijk dat hij me ontroeren zal zoals SAF dat kon, want dié onwerkelijke winnaar is geen student geschiedenis of cog in the corporate machine, maar een verschoppeling, een Brel in tijden van autotune. Maar genoeg over SAF, die komt toch niet meer weer.

“Groupies” gaat over een muzikant die geen meisjes kan krijgen. Het liedje zit knap in elkaar maar ik vind het geen goede opener. Het staart naar een navel die geen passieve muziekliefhebber als de zijne herkent.  “Bindingsangst” is een heel ander paar mouwen. Een geweldige invalshoek op het actuele thema van nieuw samengestelde gezinnen.  “De vrouwen van mijn vader zitten bij me in de klas”, ja daar kan ik goed mee lachen. Het is een slim nummer met een verrassend einde dat de luisteraar uit het evenwicht brengt. Goeie songs schudden door elkaar. “Mysterieuze vrouw” geeft zijn mysterie tergend traag prijs. Als je niet oplet, zit je naar het kabbelende deuntje te luisteren. Als je wel oplet, gaat het niet vooruit. De single “Spanjaard” heeft één goede vondst en baadt voor de rest in harmonie, wat de keuze verklaart. ” Het Einde van de wereld” ging eerst ongemerkt voorbij maar wordt bij elke beurt beter.

Het eerste liedje dat overblijft van de publicaties op vi.be is “Sterrenblues”. De productie zoekt een Wall of Sound die past bij het thema. Wat me hier tegenvalt is de uitstap naar de tussentaal, met “u” en “nie” en “da”. Boutsen is een vreemde eend in de verkavelingsbijt met zijn geaffecteerde uitspraak en kan dat dan ook beter blijven. Jij en jou maar lekker door jongen. Afgezien van die kleine ergernis kan dit nummer wel bekoren. “Concepten” zit daarna in een verfrissend bluegrassjasje. “Denken in concepten maakt mij zo moe, wat wil je dat ik zeg, wat wil je dat ik doe”. Een goed refrein is dat, Bruno Mars voor intellectuelen. Dit lied brengt vederlichte maatschappijkritiek, van een subtiliteit die nooit uit mijn jaren-80-brein kan komen. Ik denk al in concepten voor ik wakker word. De jeugd is anders en dat legt Stoomboot prima uit.

“Zeven jaar” doet me een beetje huiveren want mijn goede vriend Wim Toucour heeft die titel al. De vijver is niet groot, de vissen moeten elkaar van ver zien komen. Stilaan begint de productie ook wat op mijn zenuwen te werken. De solo’s zijn ongeïnspireerd, de arrangementen passen niet bij het kleine kostuum dat Stoomboot zich aanmeet. De zang is hier dan weer op zijn best. Boutsen stopt met vertellen en zingt.

Op 9 vinden we de “Samenzweringman” terug. Ik hou meer van de spitsvondige dan van de poëtische Stoomboot. Voor dit lied ga ik met plezier de deur uit. Na dat talige hoogtepunt gaan “Krassen”, “Mist” en “Nina” weer de muzikale toer op, die mij niet ligt maar waarvan ik me kan voorstellen dat ze een plaat doet herbeluisteren. Voor “Krassen” zou ik bewondering opbrengen, indien ik de kracht van het idee niet zou kennen van bij Guus Kuijer. Een dagje ouder zijn helpt de verwondering niet vooruit.

Toen ik 21 was, had ik in de verste verten geen liedjes van dat kaliber op mijn naam. Ik ben schizofreen in mijn kritisch en overvloedig publiceren. Stoomboot is een artiest die zichzelf nog wel zal vinden. En misschien een andere naam.

Spotify – stoomboot

3. Stoomboot – de extra’s

Oh ja, was het nu punker of seut? Wel, als je K3 en Samson & Gert durft coveren, dan ben je rauw als raap! En helemaal alleen voor een vol sportpaleis spelen, dat doe je niet zomaar. Onvervalst respect:

https://www.youtube.com/watch?v=DhibXd8Tj1w

https://www.youtube.com/watch?v=BBBxROkV64Y

(jammer van het foutje)

https://www.youtube.com/watch?v=o1P92YkAMdQ

(jammer van de valse snaar)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *