Janelle Monae

Nu haar vierde plaat “The Electric Lady” al een jaar uit is, raak ik maar niet uitgepraat over het fenomeen Janelle Monae. Dit mag dan wel een blog zijn over Nederlandstalige muziek, ik gebruik hem toch om eens lang en breed te vertellen waarom Janelle Monae de nieuwe Stevie Wonder (jaren 70), Prince (jaren 80), Michael Jackson (ok, ook jaren 80), Lauryn Hill (90, dudes) en Beyoncé (millenium) is. Voeg daar overigens nog David Bowie aan toe, omdat het niet al zwart moet zijn dat blinkt en om redenen die dadelijk duidelijk zullen worden.

Wie naar Wikipedia wil surfen, kan zich de moeite besparen te lezen wie haar wanneer ontdekt heeft. Als je op je veertiende van Kansas naar New York verhuist en twee jaar later naar Atlanta, het podium achterna, dan ben jij het die de roem vindt en niet omgekeerd. Jij, Janelle, die op je debuutalbum zingt “You will be a star”, vanuit het standpunt van je omgeving. Het stond in de sterren geschreven. Dit wonderkind stichtte Wondaland, alsof de wereld om haar glorie verlegen zat en niet omgekeerd.

Dat debuutalbum heet overigens “The Audition”, grotendeels genegeerd door het publiek én door online encyclopedieën omdat het in eigen beheer is uitgegeven. Het doet er niet toe: dìt is het debuut, zoals mag blijken uit het kaliber van de liedjes, de kwaliteit van de productie en de eerste steenlegging van de allegorie die haar oeuvre zal overspannen: de scheiding tussen mensen en droids, die een onderdrukte kaste vormen na een strijd tussen mens en machine die in het voordeel van de eersten is beslecht. Ik ben niet vies van een stukje futurisme, zeker niet als het gaat over de kans dat intelligente machines ons zullen overvleugelen. De artistieke keuze om de mens te laten winnen en het vervolg van de geschiedenis te schrijven is op zich al erg origineel.

Het wordt nog beter als dit futurisme louter een allegorie blijkt om fenomenen als racisme, seksuele ongelijkheid of elke vorm van anders-zijn in een barse wereld te beschrijven. Mijn mythologische driften worden helemaal voldaan als in die structuur een messiaanse figuur oprijst om de droids te verlossen van hun lot. Zij is Cindy Mayweather en houdt er een passionele liefde op na voor de mens Anthony Greendown. Omdat de gemeenschappen gesegregeerd zijn, maakt men jacht op haar. Zij houdt zich schuil in de ondergrond van Metropolis. De Droid-community vereert en beschermt haar. Wij volgen haar lotgevallen doorheen nu al vier albums.

Wacht, ging het niet over muziek? Inderdaad: Janelle Monae is in de eerste plaats componiste, zangeres, danseres, muzikante en producer. Pas dan is zij een futurologisch verteller. Haar muziek is zo modern, slim, spannend en MOOI dat je de hele droid-poespas niet nodig hebt. Het is echter geen poespas, geen bijzaak. De messiaanse vertelling bevat precies dezelfde kracht, intelligentie en draagwijdte als haar muziek. Het zijn twee zijden van de medaille Monae. Wie wil genieten van de muziek alleen, die kan dat. Ik ben er om te wijzen op de grootsheid van haar oeuvre.

De muziek is zo veelzijdig als ik nog geen enkele artiest hoorde zijn. Prince komt in de buurt en is dan ook niet toevallig een grote fan. Hij werkte mee aan haar vierde album. Stevie Wonder is een duidelijke inspiratiebron maar moet het zelfs afleggen tegen de variété uit de roaring twenties. We horen barokke filmmuziek, hiphop, funk, R&B, pop uit de jaren 80 … en het is allemaal Janelle.

Helaas zijn dit de magere jaren van de muziekindustrie, waarin tieners louter nog de Joepie in de gaten houden, twintigers downloaden bij de vleet en dertigplussers het noorden kwijt zijn in de overdaad aan online publicaties, bovenop de opgestapelde klasse van decennia aan popmuziek. Hoe overleef je in dit tijdperk van instant oppervlakkigheid en toeval? Je werkt, tegen wil en dank, samen met sterretjes die door luck en looks het grote publiek, zij het even, hebben weten te bereiken. Ik weet anders niet waar dat zogenaamde duet met F.U.N. op sloeg, of waarom ze een neuzelende doorslag van Pharell Williams inhuurt, in casu Miguel, om “Prime time” voor zijn rekening te nemen. Ik maak mezelf ook graag wijs dat de plattere nummers op “The Electric Lady” moeten dienen om de brug te slaan naar de muzikale minibreinen die vandaag de koopkracht vertegenwoordigen. Ik vrees echter dat dat een verloren strijd is en dat de budgetten zullen moeten komen van mecenassen als P. Diddy of Prince, bovenop de inkomsten van wereldwijde liefhebbers van intelligente muziek.

Het muzikale aspect van haar voorzienige genialiteit uit zich onder meer in de genummerde “suites” die elke denkbeeldige kant van de plaat inleiden. Het zijn stuk voor stuk orkestrale meesterwerken. Monae zoekt wel naar geldbronnen onderweg maar laat zich van bij het begin van haar artistieke carrière leiden door een muzikale visie. Vaak lopen de songs in elkaar over via een vernuftig arrangement. Nog vaker horen we eerdere themaatjes terugkomen in liedjes van latere platen, zodat elke beluistering een nieuwe ontdekkingsreis is. De muzikale signatuur is onmiskenbaar.

Vier albums zonder duidelijke scheidingslijn. Eerder een oeuvre dat is uitgesmeerd over vier publiekelijke releases. Ik luister naar de 59 tot nu uitgebrachte stukjes in een onafgebroken roes, te beginnen bij een punt naar keuze in mijn iTunes-bib. Welke plannen Janelle Monae nog heeft, wat er nu zit gaar te stoven in haar pas 28-jarige koker, ik kan enkel speculeren. Als het label van haar bewonderaars het toelaat, zal het muzikale oeuvre vermoedelijk blijven baden in complexe arrangementen. Als de nood aan cash groot is, volgen er wellicht nog enkele inferieure duetjes. Inhoudelijk zal Cindy Mayweather ooit ten grave worden gedragen, als haar zelf opgelegde rol van verlosser uitgespeeld is. Ik hoop op grote opdrachten, zoals filmmuziek voor een grote kaskraker of een cinematografisch epos, al dan niet futurologisch geïnspireerd. Ik vermoed, en hoop, dat er ooit een akoestische versie opduikt: Monae alleen aan de piano of op gitaar. Misschien raakt ze helemaal uitverteld, zoals haar voorbeeld en steunpilaar Prince plots ophield betekenisvol te zijn.

Intussen luister ik opnieuw. Hopelijk doet iemand het ook na het lezen van deze idolatrie.

Uitsmijter: cover van Charlie Chaplin’s “Smile”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *