Het Gentse volkslied in de Ghelamco-arena

Om het 250ste artikel op deze blog te vieren, doen we het populairste item van de voorbije zes jaar nog eens over. Op 25 mei 2011 publiceerden we namelijk “Het Gentse volkslied in het Ottenstadion“. Dat werd sindsdien meer dan 6000 keer gelezen, onder meer dankzij een opstoot van belangstelling voor dit onderwerp op 21 mei van dit jaar, toen Het Nieuwsblad onze site opgaf als bron voor hun bloemlezing . De übertroef van het nieuwe AA Gent is zonder twijfel de verhuizing naar de Ghelamco-arena dus een actualizering van ons artikel dringt zich op.

Lazy Jones aka Kernkraft 400

In vergelijking met vier jaar geleden valt het vooral op hoe de zogenaamde “goal-tune” is uitgegroeid tot het populairste supporterslied. Die goal-tune is niet bijster origineel want overgenomen van Amerikaanse sportstadions. Het nummer heet Kernkraft 400 van de Duitse groep Zombie Nation. Het kwam uit in 1999, maakte furore in het Duitse dance-circuit en werd opgepikt in het videospel NHL 13 in zijn “stadium mix” versie. Vandaar ging het vervolgens naar de echte hockey-stadions en andere Amerikaanse mega-sporten, waarna het uiteindelijk in het Europese voetbal verzeilde bij diverse clubs, waaronder dus ook AA Gent. De Buffalo’s hebben er echter hun eigen “chant” aan toegevoegd: o-o-o-o-oh, o-o-o-o-o-o-o-oh, c’est Buffalo! Het is erg interessant dat men voor een Franstalige werkwoordsvorm heeft gekozen: de patricische inslag van de Gentse identiteit blijft nazinderen, zelfs in Angelsaksische tijden.

Nog interessanter is dat deze deun oorspronkelijk diende als achtergrond voor een spelletje op de Commodore 64: Lazy Jones. Het is geschreven en ingespeeld door David Whittaker, een notoire componist van videogame tunes. Zombie Nation heeft het botweg gestolen, zonder er wellicht al te veel bij na te denken, en moest de componist een fikse som betalen toen hun nummer plots wereldwijd succes kende.

Mia – een onwaarschijnlijk supporterslied

Een andere nieuwigheid in de Ghelamco is Mia van Gorki, dat in de 52ste minuut wordt gezongen omdat op die leeftijd Luc De Vos overleed. Opnieuw demonstreert de aanhang van de Gantoise dat ze de Gentse identiteit heel hoog in het vaandel voert. De Vos was een echte Gentenaar, hoewel afkomstig uit het naburige Wippelgem, die de natuurlijke erfgenaam moest worden van Walter De Buck als volkszanger en officieuze burgemeester van de Gentse Feesten. Helaas stierf De Vos, veel te vroeg, nota bene in hetzelfde jaar als Walter De Buck, met 22 dagen verschil. Mia was een nationale hymne geworden van onbestemde melancholie, gedurende tal van jaren de nummer 1 in lijstjes van VRT-zenders en hun luisteraars. Als supporterslied is het tamelijk onwaarschijnlijk. Dat maakt het galmende Mia in de tribunes des te indrukwekkender. Voor Gorki-fans die andere clubkleuren toegedaan zijn is het misschien een bittere recuperatie maar voor Gentse cultuur- en voetbalminnaars is het een echt kippenvelmoment. Het grijpt zo naar de keel dat de inzet goed getimed wordt en men er steeds spaarzamer mee omspringt. Misschien zal het uiteindelijk in de kast verdwijnen om er weer uit te komen bij verjaardagen en speciale gelegenheden.

Voor de rest zijn alle songs uit het oorspronkelijke artikel nog altijd van de partij: de Buffalo-mars (A!R!A!G!), de rocker van Biezebaaze, het volkse kermislied van Gus Roan en de zijnen en natuurlijk ’t Vliegerke.

Ik ga niet genoeg naar andere stadions om dit hard te maken maar ik ben er toch tamelijk zeker van dat geen enkele andere supporterschare zo’n uitgebreid repertoire heeft aan liedjes, van een dergelijke diversiteit bovendien, die de Gentse identiteit op zo’n integrale manier evoqueren. Ik ben er ook van overtuigd dat, naast het goede voetbal van Hein en de zijnen en het exploot van de Ghelamco-arena zelf, het enorme succes van AA Gent en het sterke wij-gevoel bij de supporters ook voor een deel te danken is aan het muzikale erfgoed dat men telkens in het stadion eer aandoet.

Over ’t Vliegerke moeten we nog dit kwijt: ook dit lied is geen originele compositie. De Buck erfde het volgens WP van ene Appolinaire Liénart (maar dit moet ik toch eens nagaan want ik vind erg weinig over die man) die de tekst toondichtte op een Duits lied: “Das war in Schöneberg, im Monat Mai.” van de operaschrijver Walter Kollo. Van een Commodore 64 naar Duitse belcanto in het interbellum. Verrassend, nietwaar?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *