Trouwliederen

In vorig artikel zwaaide ik het wierookvat over Sara Bareilles prachtige trouwerslied “I choose you”. Een bruiloftsnummer is een slimme zet voor een artiest die wil overleven in deze armlastige dagen voor de muziekindustrie. Een héél slimme artiest, die vroeger wellicht nog veel betere muziek had kunnen maken maar zijn tering naar de nering zet, is Bruno Mars.

Hoe zit het eigenlijk in ons taalgebied?

Trouw met mij

Aan liefdesliedjes geen gebrek maar echt goeie huwelijksgerichte toondichterij? Het enige dat spontaan in me opkwam was “Trouw met mij” van Hugo Mathyssen.

Ik vermoed dat Hugo aan de klus begonnen is met het idee dat niemand hem ooit een vakkundig trouwlied heeft voorgedaan. De koning van de ironische notenbalk houdt zich voor deze plechtige opdracht in de eerste strofe nog in maar vanaf de tweede strofe en in de prechorus kan hij het toch niet laten “geen gedoe met vreemde vrouwen / ik zal nooit op je meppen”. Dat draait niet zo lekker op de tafel van Ludwig.

Daarna moest ik weer op onderzoek uit. Die analytische honger! Dat eeuwige wroeten in het collectief geheugen! Dat vruchteloos afromen van de boterberg der creatieve mensheid! We vinden een eerste, zij het zeer lokaal gerichte, gooi naar de dansvloer van de feestzaal bij de Gentse groep Biezebaaze:

Als ik het landschap opentrek voorbij de Moerdijk, komen we vanzelf bij Marco Borsato uit. Nu wil ik niet te minachtend doen over diens repertoire en performances. Een goeie zanger met een paar knappe nummers op zijn conto. Dat hij flirt met de meligheid zou echter een understatement zijn en het was dus geen verrassing dat “Ik hoor bij jou” volstrekt onbeluisterbaar bleek. Er zijn grenzen aan wat ik op deze blog publiceer. Hetzelfde geldt voor evenknieën als Guus Meeuwis, Jan Smit of Nick & Simon. Holland is één ding, Volendam ligt daar dan nog in als een enclave van muzak.

In Nederland heb je nog wel wat groepen die niet vies zijn van het levenslied, verpakt in akoestische poprock, zoals Blöf, De Dijk, Van Dik Hout, Acda & De Munnik of Veldhuis & Kemper met dat verschrikkelijke “Ik wou juist dat ik jou was”. Weinig daarvan is tot in ons deel der lage landen doorgedrongen en ik moet zeggen dat ik dat niet zo erg vind. Het verschilt louter qua arrangement van de Christoffs, Willy Sommers en Salimmen Segers. En een onvervalst trouwlied valt zelfs in hun grotendeels kleffe repertoire niet te bespeuren.

Terug naar Vlaanderen dan maar waar zich een vreemd fenomeen heeft voorgedaan in het meisjestrio K3. Op een dag ontdekte men dat hun oprechte en eenvoudige teksten op verteerbare poprock vooral door kinderen worden gewaardeerd, zelfs als het onderwerp in de tijd nog erg veraf ligt:

Ik denk dat ik dit eens akoestisch ga coveren op een of ander huiskamerconcert. Benieuwd wie het dan herkent.

Hoe zit het met de groten der aarde, of beter, der Vlaamse klei? Heeft Raymond in zijn gigantische speellijst niks zitten voor de trouwlustige fan? Toch wel!

Op Raymond kan je tenminste bouwen! Het is wel een beetje een triestig nummer, duidelijk geschreven in de herfst van zijn carrière en zijn leven. Niet dat dit hem zelf heeft verhinderd om nog eens te trouwen maar een slagroomtaart en zwaaiende servetten waren duidelijk niet van de partij. De meester krijgt van mij nog een toegift, omdat ik van hem hou.

Daarentegen lijkt Will Tura het marktsegment der bruiloften nooit te hebben aangeboord. Zijn fanbasis lag blijkbaar eerder bij de in de echt gescheidenen, eertijds toch niet oververtegenwoordigd in de officiële cijfers: “Eenzaam zonder jou”, “Ik mis je zo”, “Het kan niet zijn (ik heb jouw liefde niet verloren)” of “Hopeloos”. Stuk voor stuk veel betere composities dan de Hollandse school hierboven maar helaas niet wat we zoeken. Een gemiste kans toch, Will!

Die andere klepper uit dat tijdsgewricht bevond zich aan gene kant van de liefdesbreuk: “Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien, ook al zie je mij niet weer. Door je tranen heen zul je weer lachen.” Daar kon ze het dan mee doen, die arme Margriet! Getroost door haar ex, aanmatigender kan haast niet. Misschien had Louis Neefs nog wel een huwelijkslied in zijn mars, we zullen het jammer genoeg nooit weten.

Neen, pril geluk is niet meteen een grote inspiratiebron geweest voor onze Vlaamse zangers. Op middelbare leeftijd wil het al eens lukken. Verminnen had “Mooie dagen” maar of daar een vrouw aan te pas kwam, is niet hoorbaar. Met “Pauline” kwam er wel een wolk van een dochter van – nog een verbazingwekkend zeldzaam onderwerp om zo’n blijde gebeurtenis te zijn.

Om de cirkel te sluiten dit fragment uit een show van volksmennerke Peeters, die wat mij betreft de mindere songwriter is van zijn broeder Mathyssen, maar die de pols van de samenleving wel beter heeft voelen kloppen. Moeiteloos mengt hij de olijkheid die nagalmt uit het Leugenpaleis met een oprecht verlangen bij de mens om, liefst collectief, getroost en opgebeurd te worden. In tegenstelling tot mijn eigen broeder Wim, is volgens de meneer hieronder liefde wel degelijk alles.

2 gedachten over “Trouwliederen

  1. Ik wijs u graag op een nummer over het huwelijk uit een musical van Robert Long en Dimitri Frenkel Frank. Het hitpotentieel op trouwfeesten is mogelijk beperkt, maar dat doet geen afbreuk aan de tekstuele verdienste van het lied.

    U kan de hele musical beluisteren via deze link, het huwelijksnummer start op 50’04”.

    https://www.youtube.com/watch?v=Pc7ojDaUkj8

    1. Bedankt voor de tip. Robert Long is een prima tekstschrijver – zijn “Midlife Crisis” wil ik wel eens in mijn optreden verwerken – al heeft hij soms de neiging de smaak van een woord op te offeren aan de dwang van het rijm. Het is wel erg expliciet in zijn aantasting van het instituut huwelijk. Geen kanshebber inderdaad voor de openingsdans. 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *