Tagarchief: aandacht

Aandacht voor – Straatwaarde

Deze keer gaan we er niet te veel woorden aan vuil maken: surf naar volgende pagina, waar  je de dubbel-cd “Tussen pot en pint” van de Antwerpse hiphopgroep Straatwaarde kan beluisteren en deels downloaden en luister zeker naar “Genegeerd (ft. Tineke)” en het daaropvolgende “Zoals René”.

http://www.vlaamserap.be/blog/2010/11/download-straatwaarde-tussen-pot-en-pint-2cd

Hieronder publiceren we nog de tekst, zoals wij hem begrepen hebben, van dit fantastische anthem van de aan de weg timmerende muziekgroep, een zielepijn die het genre van de hiphop overstijgt. Lees verder Aandacht voor – Straatwaarde

Aandacht voor – Sons Uniques

Enkele jaren geleden kwam ik in het in Mariakerke legendarische jeugdhuis Chez Choseken terecht voor een optreden van Sons Uniques. Groepen die in het Nederlands zingen zijn wel vaker gebouwd rond een zanger-liedjesschrijver. In dit geval heet de spilfiguur Pieter Matthys, die in een vorig muzikaal leven samenspeelde met mijn schoonbroer Manuel Van Dyck, en zo was het dus dat ik verzeilde in Chez Choseken om te luisteren naar nederlandstalige reggae en ska.

Lees verder Aandacht voor – Sons Uniques

Aandacht voor – pIE p.KLEIN

Een groep die het prima doet in het domein van nederlandstalige optredens is pIE p.KLEIN, uit Heist-op-den-Berg. Voor wie niet gaat luisteren op hun site, kan je de groep het best omschrijven als een nederlandstalige Madness. De koperblazers zijn prominent aanwezig en de ska-ritmes zijn ook nooit ver weg. Verder vallen de teksten op, die duidelijk gebed zijn in het maatschappelijk engagement, zonder ooit de vrolijke toon te verliezen.

Lees verder Aandacht voor – pIE p.KLEIN

Inspiratie bij – Ernst van Altena

Wel … het moeten niet altijd levende (klein)kunstenaars zijn die aandacht krijgen van Stanza. Ernst van Altena is bij het grote, of misschien nog tamelijk kleine, publiek bekend als vertaler van de chansons van Brel. Onlangs kwam ik zijn naam tegen in een bloemlezing door Jaap van de Merwe van wat die het “Nederlandse chanson” noemt.
Het boekje bevat enkele rake observaties van de moeilijke taak van de toondichter/podiumkunstenaar. Wat in 1960 waar was, is dat nu nog altijd: je moet het allemaal niet te moeilijk maken. Lees verder Inspiratie bij – Ernst van Altena

Aandacht voor – Wim Van Caelenbergh

Toen Stanza zich voor een derde en waarschijnlijk laatste keer waagde aan de Nekka-wedstrijd in 2009, hadden we geen drummer voorhanden. Via Pedro De Bruyckere vonden we Niels Delvaux. Niels kwam repeteren om “Lydia” en “Suzannova” te voorzien van de nodige ritmes op cajon en toonde zich een professionele, snel lerende en aimabele muzikant. Tijdens de repetitie vertelde hij over zijn muzikale ervaring, waaronder de Nederlandstalige groep “Morabezza”. De centrale figuur van Morabezza was zanger Wim Van Caelenbergh, waarover Niels achteloos zei dat hij “de beste hedendaagse Nederlandstalige liedjesschrijver” is.

Ik was, zoals dat heet “in mijn gat gebeten”, want wie anders dan Stanza is de beste, maar mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Ik spoorde naar de vi.be van Morabezza en wat ik daar aantrof na enkele luisterbeurten, moest ik toegeven, was van hoog kaliber. Ik was er dus zeker van dat niet alleen Stanza, maar ook Morabezza zich moeiteloos voor de halve finale van de Nekkawedstrijd zou kwalificeren. Groot was dus mijn ontgoocheling over onze niet-selectie, na het optreden in het Trefpunt, maar vooral mijn verbazing dat zelfs Morabezza niet van de partij bleek.

Intussen namen de plannen voor de concertreeks “Stanza nodigt uit” vaste vorm aan en een evidente kandidaat om als gast te figureren was Wim. Nu moet ik een beetje opletten met wat ik vertel, want Wim en ik hebben ondertussen al vele gesprekken gevoerd, waarin hij zijn ziel heeft ontbloot, maar mij niet de toestemming heeft gegeven dat allemaal online te grabbel te gooien. Dus zal ik volstaan met te zeggen dat Morabezza niet meer bestaat en Wim alleen optreedt, wat hij ook in mei 2010 heeft gedaan in De Nauwe Zak, tot groot vermaak van de aanwezigen.

Wim is een echte woordkunstenaar die speelt met taal, en die speelse taal perfect weet in balans te brengen met zijn muziek. Zijn melodisch palet zou je zeer breed als wereldmuziek  kunnen omschrijven, maar waarvan de essentie Kaapverdisch is. Dat is wat Wim afficheert in zijn bio, en dat valt te bevestigen.

Terwijl Mira, Hannelore Bedert en nu ook Jackobond in een wat stijvig verkavelingsvlaams aan introspectie doen en de muizenissen van de jonge vrouw in dit decennium in een toondicht omzetten, is de thematiek van Wim breder. Mijn absolute favoriet in het tiental songs dat hij heeft gepubliceerd is “De bron van de Molenbeek”. De Vlaamse toponimie maakt er uitgebreid haar opwachting. Zonder ze bij naam te noemen trekken de koeien, de knotwilgen en de macadam van ons vlakke land aan je oog voorbij. Bovenal is dit echter een lied van pure weemoed naar een kommerloze jeugd, dat niet vervalt in een eindeloze opsomming van jaren ’80 iconen, zoals de Fixkes dat deden in “Kvraagetaan” maar daarentegen een poëtische schets maakt van een tocht door de velden, die in de herinnering van een kleine jongen mythische proporties aanneemt. Op het einde komt er zelfs een existentiële uitval, die het lied tijdloos en universeel maakt.

De rest van het repertoire is een stuk lichtvoetiger, op het in liefdesverdriet badende en ook met de thematiek van de te snel vliegende tijd “7 jaar” na. In “Schaf Brussel af” escaleert de Brusselse grootstedelijke problematiek en de koudwatervrees van de plattelandsvlaming tot een absurde aaneenschakeling van droombeelden.  De kaapverdische riedel wisselt een roedel taalvondsten af, en Wim deelt met mij een fascinatie voor de Vlaams Ardense gemeente Zarlardinge.

Mocht Wim een hit hebben, en dat had ook al lang moeten gebeuren, dan was het “e ko no mi, i ka ni mé”. Het verkavelingsvlaams leent zich plots verrassend goed tot klankassociaties en Afrikanistiek. De macroscopische ellende die de economie soms aanricht, wordt fijn verweven met de ontreddering van het individu dat zich aan diens wetten moet conformeren. Maar bovenal is dit een dikke meezinger. E KO NO MI !

Nog potentieel voor een single biedt “Ambras”: Een Orchestra Baobab-achtige gitaarlijn draagt een liedje over hoe relaties dikwijls meer lijken te leiden tot boel dan liefde. Zet “twee schatten van mensen” bij elkaar en weldra krijg je ruzie in “stereo surround”. Het spel met taal is opnieuw uitgebalanceerd tussen inhoud en vorm. Een meester aan het werk. In “Rust” horen we ten slotte een fijne vondst hoe de amper vertrokken Bossa door “rust” wordt onderbroken. Prachtige poëzie eens te meer – gardien! – die met de melodie in integrale samba wordt versmolten.

Dit alles en nog veel meer moois hoorden we dus die mooie zaterdag in mei, waar veel te weinig volk mocht vaststellen dat de woordkunstenaar ook live een solide muzikant is, die over de nodige truukjes beschikt om het publiek naar hem toe te zuigen. Ik weet niet of de vondst van de boormachine origineel is, maar hij had een geweldig effect in de pastiche op Mexico.

Wim is een vriend geworden, sinds we hem uitnodigden voor onze concertreeks. Niet langer een vriend in myspace-termen, misschien ook nog niet een vriend waar we ons hart bij uitstorten, maar wel een bloedbroeder in de toondichterij. Dit is echter geen vriendendienst, maar onvervalste bewondering voor een groot talent.

De myspace van Morabezza

De vi.be van Wim en Morabezza

 

Geef aandacht !

Om het te maken in de wereld moet je ofwel een enorm genie zijn in wat je doet, dat spontaan bewonderaars, sponsors of werkgevers aantrekt, ofwel moet je een beetje reclame maken voor jezelf. We kunnen vorige zin vervangen door: wie het wil maken moet zichzelf promoten (want een genie ben je toch niet). Een belangrijk onderdeel van zelfpromotie is het uitbouwen van een netwerk. Voor muziekgroepen was het eerste grote netwerk myspace. Sinds de populariteit van facebook en de mogelijkheid daar ook liedjes te publiceren is myspace grotendeels historie, en in België heeft vi.be, een netwerk speciaal gericht op groepen, het finale nekschot gegeven.

Aandacht voor (1) – Verbaal gestoord

Dit artikel kadert in een reeks waarin Stanza spontaan aandacht schenkt aan andere muzikanten, meestal Nederlandstalig, of andere creatieve mensen waarmee wij in aanraking zijn gekomen.
Verbaal Gestoord is een solo-project van Tom Meeus, een veelzijdig muzikant uit Nossegem. Hij is zanger/bassist bij The Roleplay Bandits maar begon liedjes te schrijven in het Frans en Nederlands, over zijn werk bij de Colruyt, als “Colruyt Music”. De link met Philippe Geubels is natuurlijk snel gemaakt en net zoals Geubels vond Meeus dat het onderwerp wel wat breder mocht, eenmaal de eerste weerklank was gevonden.
Lees verder Aandacht voor (1) – Verbaal gestoord