Tagarchief: pop

Haim of hoe de CD ophield met belangrijk zijn

We lezen voor uit het grote boek voor kinderen en volwassenen “Wikipedia”:

Haim is een Rockband uit de V.S. (Los Angeles), gevormd door de zussen Haim in 2010. Hun eerste album zal uitkomen in september 2013 en zal onder meer de singles Forever en Don’t Save Me bevatten, waarmee ze wereldwijd zijn doorgebroken.”

Wat valt op in deze zin? Inderdaad: de chronologie zit fout. Ze zijn wereldwijd doorgebroken met liedjes die nog op CD moeten verschijnen? Ah, het zullen CD-singles zijn! Neen, ook niet?! Lees verder Haim of hoe de CD ophield met belangrijk zijn

Meisje van om de hoek

Over “Meisjes van bij ons” krijg ik vaak te horen dat het toch bewust schatplichtig is aan “Sultans of Swing”, of niet soms? Neen dus, al hoor ik net als iedereen de herkenningspunten. Het is inderdaad één van mijn favoriete poprocknummers aller tijden, maar pas tijdens het arrangeren van MVBO kwam die invloed aan de oppervlakte. Een andere invloed, die nog dieper verborgen zit en nog veel minder cool is dan de Dire Straits, is Sjakie van de hoek van Conny Vandenbos. Lees verder Meisje van om de hoek

Het muzieklandschap

De herkenbare intro: Internet
Het muzieklandschap is het voorbije decennium gevoelig veranderd. Dat ligt, zoals iedereen weet, vooral aan de mogelijkheden van het Internet. Het grote voordeel van Internet is dat een muziekgroep, zoals iedereen, zichzelf heel gemakkelijk aan een groot potentieel publiek kan presenteren. De productiekosten om muziek te maken zijn bovendien enorm gedaald. Vrijwel elke muzikant kan tegenwoordig met simpele programma’s een aanvaardbare demo in elkaar draaien en die als mp3’tjes online zetten. Er is nog een andere factor in het veranderde landschap, die wat mij betreft onderbelicht wordt: er zijn véél meer groepen dan tien jaar geleden.

Eerste couplet: het bereikbare milde succes
Vroeger waren er twee soorten muzikanten: klassiek geschoolde, die het klassieke parcours volgden, en autodidacten, die het alternatieve circuit bewandelden. Daar tussenin had je de kleine wereld van de commerciële popmuziek, een strakke organisatie van platenmaatschappijen, managers en enkele uitverkoren artiesten. Onder invloed van de folk, die in de jaren ’90 weer populair werd, ontstond een derde circuit: jonge muzikanten leerden elkaar een instrument bespelen, trokken zich niks aan van commerciële motieven, en werden niet langer tegengehouden door het schoolse, saaie imago van de muziekschool. Ze wisselden tussen klassieke instrumenten en rockgitaren en er ontstonden mengvormen. Alternatieve groepen werden populair. Succes werd bereikbaar.

Tweede couplet: het tijdperk van de zelfontplooiing
Naast de beschikbare technologie en de toegenomen beheersing van instrumenten speelde nog een derde factor. Heel wat jongeren die in de jaren ’80 en ’90 geboren zijn, hebben niet alleen een instrument leren bespelen, maar zijn dat gaan combineren met zichzelf uit te drukken , dikwijls onder invloed van hun ouders, die ofwel zelf muzikant waren, ofwel grote liefhebbers, maar vooral een product van de vrijgevochten maar vaak gefrustreerde baby-boom-generatie. In de economisch voorspoedige periode tussen pakweg 1995 en 2005 kregen jongeren van hun ouders volop de gelegenheid zichzelf te ontplooien en dikwijls deden ze dat via de muziek. De tijdsgeest was er een van onbegrensde mogelijkheden: doe wat je graag doet en de rest komt vanzelf.

De brug: de wet van vraag en aanbod
Daardoor zitten we nu met de wat vreemde situatie dat er bij wijze van spreken evenveel mensen zijn die muziek maken als mensen die naar muziek luisteren. Het aanbod is enorm. Een eenvoudige wet uit de economie leert ons dat, als het aanbod stijgt en de vraag niet echt – en ik denk niet dat er nu méér naar muziek geluisterd wordt – de prijs daalt. En inderdaad: waar een rockgroep met enig niveau vroeger zeker was van een optreden in het plaatselijk café of jeugdhuis, en zodra er enige populariteit was bereikt, een behoorlijke prijs kon vragen om op te treden, heeft een beginnend bandje nu weinig andere keuze dan gratis op te treden. Veel muzikanten zijn al blij dat ze een publiek bereiken. Gratis optreden is normaal geworden. Muzikanten die de vroegere tijden nog gekend hebben, hebben daar een grote weerstand tegen. Moreel gezien hebben ze gelijk. Pragmatisch is hun houding niet.

Een demo maken is goedkoop geworden, maar je mag er ook geen inkomsten meer van verwachten. Muziek wordt gratis beluisterd op het Internet en iedereen is dat normaal gaan vinden. Dat geldt ook voor artiesten met naam. De muziekindustrie, die artiesten begeleidt, heeft daardoor verminderde inkomsten. Ze investeren dan ook niet meer in beginnende groepen. De kosten om optredens te regelen en echte studio-opnames te maken, blijven onverminderd. Voor de groepen wordt muziek daardoor ook niet langer een bron van inkomsten, maar een uitgavenpost. Instrumenten en versterkingsmateriaal kosten nog altijd geld. Verplaatsing is ook niet gratis. En de intellectuele arbeid die kruipt in het schrijven, arrangeren en brengen van liedjes, is niet gering.

Natuurlijk zijn er nog altijd muziekgroepen die uit de band springen en héél populair worden. Rond dergelijke groepen ontstaat een “beleving”. En voor beleving willen mensen nog altijd betalen. Jongeren geven honderden euro’s uit om er bij te zijn op de grote festivals. Clouseau vult nog altijd het spreekwoordelijke sportpaleis. Echt goeie commercieel gerichte bands, die een totaaloptreden verzorgen, kunnen zeker nog rekenen op de centen van overheden, bedrijven en het grote publiek.

Maar de onderlaag waaruit die groepen ontstaan, heeft het bijzonder moeilijk. Van hen wordt verwacht dat ze op de rand van het bestaansminimum opereren, in afwachting van hun toetreding tot de selecte club van wie er zijn  brood mee kan verdienen. De meesten kiezen eieren voor hun geld. Zij stappen in een “normale” job, die hen toelaat te leven, en werken aan hun muziek in hun vrije tijd. Dat gaat natuurlijk ten koste van de kwaliteit, of van de snelheid waarmee ze hun werk afleveren. Er zijn nu eenmaal maar 24 uur in een dag en dat is dan nog maar één aspect. Het is voor een artiest namelijk niet hetzelfde om elke dag 2 uur vrij te maken voor zijn muziek, als één dag lang 10 uur te hebben. Je raakt niet zomaar in de “flow”. Je krijgt niet zomaar iedereen bij elkaar en als dat lukt, zit je daarom nog niet allemaal in de sfeer.

Dat heeft dan weer zijn invloed op het verloop. Goeie muzikanten sluiten zich aan bij meerdere groepjes. Waar het succes het snelst lijkt te komen,  spitsen ze hun aandacht en ze stappen met hetzelfde gemak uit een groep als waarmee ze er eentje starten. Voor trage groepen is het moeilijk goeie muzikanten vast te houden, waardoor ze nog trager worden.

Fade out: mijn project, mijn ding
Omdat managementbureaus afhaken, muzikanten komen en gaan en concertorganisatoren niet langer verlegen zitten om een groep, is het hebben van een groep stilaan beginnen lijken op het runnen van een klein bedrijf. Je staat zelf in voor de kosten, de organisatie, de werving, de marketing en de exploitatie. Niet voor niets spreken muzikanten steeds vaker over een “project”. Project management neemt vaak meer tijd in beslag dan het muziek spelen zelf. Een pure tekstschrijver, een pure muzikant of een pure vertolker krijgen het lastig. De moderne muzikant moet over een heel palet aan vaardigheden beschikken, wil hij zijn muziek nog aan de man gebracht krijgen.

Het perverse gevolg van die evolutie, die nochtans begon bij de democratisering en de-commercialisering van het kunstenaarsbestaan, is dat het aanbod uniform en oppervlakkig wordt. Traag rijpende muziek maakt bijna geen kans meer. Alleen wie accepteert dat het trage rijpingsproces gepaard gaat met leven aan de rand van de maatschappij, kan de verdieping bereiken die zijn muziek incontournable maakt en kans doet krijgen opgepikt te worden door aandachtige luisteraars. Wie actief wil slagen, ziet zich genoodzaakt snel succes te zoeken, met goed in het gehoor liggende deuntjes en eigentijdse, maar oppervlakkige teksten.

Coda: Stanza
Jaja, en jullie “project” Stanza is dus die traag rijpende kwaliteit die maar geen kans krijgt van de grote vluchtige buitenwereld? Hmm, laat ons zeggen dat Stanza voortdurend heen en weer slingert tussen het creëren van iets authentieks, dat eigen geluid waar elke zelfontplooier zo koortsachtig naar streeft, en het werven van de aandacht die nodig is om de motor draaiende te houden. Maar we denken dat het bovenstaande opgaat voor héél veel groepen. En wat doen wij nu met die vaststelling? Wij Stanza en jullie, die tot het einde hebben gelezen omdat jullie heftig ja bleven knikken bij elke paragraaf? Eerlijk: ik weet het niet. Ik dénk dat je een keuze moet maken tussen écht authentiek of écht commercieel.
Ik wens jullie allemaal veel sukses en als je er bent, hou dan een plaatsje vrij voor ons.

Voor een interessante blik op het muzieklandschap kan je naar deze blog, die integraal aan het onderwerp is gewijd: http://muzieklandschap.blogspot.com/.