Inspiratie bij – Louis Couperus

Als men mij vraagt naar de invloeden van Stanza, vermeld ik soms Louis Couperus, mijn favoriet auteur, waarvan ik het verzameld werk … verzamel. Tijdens nog maar eens een klef interview tijdens een zoveelste nefaste Nekka-jurering, kon dit vermetel geval van name-dropping nog enige bewondering opwekken bij de dame die ons tekstueel diende te beoordelen, maar na de vertoning vond ze dat de teksten ietwat archaïsch waren. Je moet, zo denk ik dan, weten wat je wil. Echt schatplichtig aan Couperus zullen de Stanza-teksten niet zijn, maar de bewondering is authentiek en integraal. In 2004 kwam ik pas voor het eerst in aanraking met de schrijver, en toen schreef ik, in een intussen ter ziele gegane blog, de volgende pastiche:

8,00 €. Zoo staat het geschreven in den achterkant van dit boek. Acht euro, de cijfers in eenen mercantielen pennetrek, door een achtzame werknemer van de Slegte. Acht euro, die mij nu avond na avond, bad na bad, slapensuur na slapensuur genot en geestdrift bezorgen die met geen nieuwe of oude munt uit te drukken zijn. Van en over mijzelf en anderen, zoo schrijft Louis Couperus en zoo schrijft hij dat men den archaïschen stijl zou over neemen, ware men niet oplettend en gespeend van dweepziekte.

Ik kan in hem herkennen den ironischen toets der Dwarskijker, dien hem is aangewaaid met de winden Bomans’. Ik kan in hem herkennen mijn eigen spotternij, dien ik achtte geheel aan mijn eigen originele geest ontsproten. Toch word ik, méér nog dan door de herkenning, omver geblazen door dàt kenmerk zijner proza waarmee ik meende komaf te hebben gemaakt, namelijk de barokke beschrijving. Eén komma te veel, en uw schrijfsel belandt in mijn kachel. Twee kleuren in de eerste zin en uw alinea zal verder geen woord meer bevatten als brocaat of koren, eer ik uw tekst in de prullenmand heb gegooid. Drie namen van bomen en bij de eerstvolgende bloem, schrijf ik u weder dat aan uw stijl nog behoorlijk kan geschaafd, en geef ik u den wenk te schrappen en nog te schrappen in wat overblijft.
Niet zoo bij Couperus. Méér zeg ik en geeft hij mij meer, dan nog is het mij niet genoeg. Fluweel en scharlaken, marmer en azuur, goud en smaragd, eeuwig zal ik mij laven aan de hoorn des Couperus’ overvloeds. Dwalen in de bossen zal ik, tot ik elke twijg bij den naam kan noemen. Zwijgen bij het haardvuur, tot elke vlam op mijn netvlies brandt. Schransen aan de feestdis, tot geen vrucht des velds haar geheim voor mij nog versluiert. En luisteren naar een vrouw tot ik kan navertellen, zelfs die woorden die zij niet heeft gesproken.
Zoo vertel ik u, niet van mezelf of over de anderen, maar van Couperus, wiens boek mij zal vergezellen tot het einde van mijn dagen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente blogartikels

inspiratiebronnen

Louis Naakt

Louis Neefs had een prachtige stem. Hij had heel mooie liedjes, maar vooral een prachtige stem. Want de liedjes waren …

Lees verder
Geen categorie

Aan Ramona

Ramona kom dichter bij mij, sluit je vochtige ogen Laat je zintuigen vrij en je droefheid is weldra vervlogen De …

Lees verder
beschouwingen

Bob Dylan, Remco Campert, Marc Didden en Pat Donnez

Op Klara ontving Pat Donnez deze morgen filmmaker, recensent en cultuurliefhebber Marc Didden. De gast liet dingen horen die hem …

Lees verder

Stanza bij u thuis?

Wil je een huiskamerconcert van Stanza bij jou thuis?