Geert Hoste – de eindejaarsconferentie

Een tijdje terug voelde ik de dwingende nood om Geert Hoste te verdedigen tegenover de gebruikelijke cultuursnobs, die hem maar een flauwe plezante vinden met een rechts randje. Toen gebruikte ik de woorden “vakman” en “conférencier” en vond ik het ook bepaald moedig van hem om collega’s af te breken, want populair word je daar niet mee in het milieu. Bovendien was er een erg lovende recensie van Karel Michiels in de Standaard, met uittreksels die me wel konden bekoren. Dat was allemaal voor ik de conférence zelf volledig had gezien.

In de Kerstweek zaten we dan (eindelijk) voor de buis voor wat een stevige afknapper werd. Het spervuur van taalgrapjes voldeed aan de verwachtingen terzake, maar het komisch effect bleef uit. Vooral de uiterst voorspelbare en intussen al lang leeggemolken thematiek van kindermisbruik in de Kerk kon op weinig bijval rekenen bij mijn lachspieren. “De jongetjes kregen geen kruisje op hun voorhoofd, maar een voorhoofd in hun kruis” – natuurlijk schiet dat door je hoofd aan de schrijftafel, wanneer je de techniek van de omkering combineert met het (pseudo-)taboe. Maar wat de volgende seconde door je hoofd zou moeten schieten is: “Zo, dat was even plezant, maar die houden we voor aan de toog.” Het is nog niet eens het melige karakter van de taalgrapjes, waarvoor Bert Kruismans mij nog recent heeft gewaarschuwd, dat mij verhindert te lachen, maar vooral het feit dat slachtoffers van vergrijpen nergens veilig zijn. Niet bij de Kerk, niet in de familie, niet bij justitie, niet in de pers en nu ook al niet meer in het cabaret. Slachtoffers hebben er niet voor gekozen slachtoffer te zijn, in tegenstelling tot bewust publieke figuren, die poen scheppen met hun beeltenis en personage. Dié mag Hoste voor mijn part stevig door de mangel halen, met geestige én flauwe taalgrapjes. Slachtoffers laat je met rust, zelfs al ben je daarin dan de enige, of net daarom.

Ook wanneer het publieke figuren betreft, kan ik ook nog altijd niet lachen met grappen om hun uiterlijke kenmerken. Dat Caroline Gennez bijvoorbeeld een neus als een vuvuzela zou hebben, dat was me niet opgevallen, en nu hij het zei vond ik het nog maar banaal. Toegegeven, hier verliet Hoste het domein van het taalgrapje voor een parodie met veel mimiek en klanknabootsing, wat zijn show zeker rijker maakte.

Het beste vind ik Hoste als hij publieke figuren precies om datgene bespot waarvoor ze gekozen hebben. “Eén volk, één taal, één De Wever”. Of nog beter, hoe hij ons voorbeeldde dat Siegfried Bracke tijdens de repetities van “Bracke op vrijdag” in de badkamerspiegel vaststelde dat niet alleen zijn vragen, maar ook zijn antwoorden erg interessant waren, wat hem deed besluiten in de politiek te gaan. Je stelde je het tafereel voor, en kon aannemen dat het werkelijk zo was gegaan.

Als Bert Kruismans stelt dat het spel met de Algemeen Nederlandse taal heeft afgedaan, dan betekent dit dat de Vlaamse komieken anno 2010 het gat daar laten liggen. Het mag de verdienste zijn van Hoste dat hij die ruimte opvult, mét vakmanschap en als volwassen conférencier. Het kwetsen van slachtoffers en vermeende fysiek minderbedeelden, blijft pijnlijk, in alle opzichten.

1 reactie op “Geert Hoste – de eindejaarsconferentie”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente blogartikels

lessen

De beste gitaarlessen op youtube

(skip de intro en ga direct naar de lijst als je hier niet bent om proza te lezen) Op gezette …

Lees verder
Geen categorie

Mijn grijsgedraaide platen – 1 tot 10

Als ik door mijn platenkast blader, kom ik drie soorten platen tegen. Dingen die ik ooit per se moest hebben …

Lees verder
inspiratiebronnen

Louis Naakt

Louis Neefs had een prachtige stem. Hij had heel mooie liedjes, maar vooral een prachtige stem. Want de liedjes waren …

Lees verder

Stanza bij u thuis?

Wil je een huiskamerconcert van Stanza bij jou thuis?