Categoriearchief: inspiratiebronnen

Intergalactic pre-chorus lovers

In ons artikel over het voor-refrein of pre-chorus gaven we als voorbeeld het nummer Delay van Intergalactic Lovers. Wij zijn grote fan van deze Belgische band, die als een van de weinige niet meteen zijn Vlaamse klei verraadt door steenkolenengels te hanteren, het steunend stemgeluid van Tom Barman te imiteren of zeer origineel lo-fi-hip te zijn met melodica of xylofoon. In alles klinkt Intergalactic Lovers professioneel, zonder evenwel te vervallen in afgeproduceerde middelmaat. ’t Is gewoon een supergoeie band, die met de drummer en de zangeres twee sterren in huis heeft en met de gitarist en de bassist twee muzikanten die weten wat ze kunnen en – Rudy Smidts nog aan toe – vooral wat ze niet kunnen.

Lees verder Intergalactic pre-chorus lovers

De zwarte laag

In 1985 bracht Sting zijn solo-plaat “The dream of the blue turtles” uit. Het was mijn eerste echte LP op vinyl. In de 3de Latijn-Wiskunde verordende onze leraar  Engels, de bezielende Hugo Aeyels, dat wij een bespreking brachten van een lied dat ons nauw aan het hart lag. Ik zou putten uit mijn dierbare eerste aankoop. De lat lag hoog want een onzer had gekozen voor “Goodnight Saigon” van Billy Joel, een lyrisch hoogtepunt in de popmuziek, dat vernuftig was gearrangeerd met geluiden van een helikopter. Niet eenvoudig om nog te scoren nadat iemand zich al de Vietnam-oorlog had toegeëigend. Lees verder De zwarte laag

Midlife crisis

Wanneer men het ambacht der toondichterij aanvat in de eigen taal, doemen vanzelf enkele grote Nederlandse voorbeelden op: de ongekroonde koning van de kleinkunst Boudewijn de Groot, de meester-versificator Drs. P als het om rijmen en metrum gaat, Doe Maar wanneer men het pop-arrangement opzoekt, The Scene voor wie denkt dat rocken in het Nederlands een belegen zaak is, of Spinvis wanneer tekst en klanktapijt naadloos in mekaar overvloeien.

Een minder inspirerend voorbeeld, ondanks een volumineus oeuvre en een nadrukkelijke aanwezigheid in de mij allerminst vreemde jaren 80, is Robert Long. Lees verder Midlife crisis

Mahler

Sinds enkele jaren ben ik zot van Mahler. Ik heb al zijn werk gekocht, zowel op mp3 als op vinyl, en ik probeer elk concert in België mee te pikken. De bron van die zotheid is mijn vader, die zich eens liet ontvallen dat Mahler zijn favoriete componist is. Ik was nieuwsgierig en impulsief. De rest is een geschiedenis die nog altijd voortduurt, crescendo zelfs. Ironisch genoeg beweert mijn vader nu dat Stravinsky zijn favoriete componist is. Ja zeg, ik heb maar één leven! Lees verder Mahler

Janelle Monae

Nu haar vierde plaat “The Electric Lady” al een jaar uit is, raak ik maar niet uitgepraat over het fenomeen Janelle Monae. Dit mag dan wel een blog zijn over Nederlandstalige muziek, ik gebruik hem toch om eens lang en breed te vertellen waarom Janelle Monae de nieuwe Stevie Wonder (jaren 70), Prince (jaren 80), Michael Jackson (ok, ook jaren 80), Lauryn Hill (90, dudes) en Beyoncé (millenium) is. Voeg daar overigens nog David Bowie aan toe, omdat het niet al zwart moet zijn dat blinkt en om redenen die dadelijk duidelijk zullen worden. Lees verder Janelle Monae

De frisse teksten van Parquet Courts

Na Haim is Parquet Courts de volgende ster aan mijn firmament van leuke nieuwe groepen. In een interview van “Interview Magazine” met de band lezen we dit:

“A lot of the songs on Light Up Gold, or any Parquet Courts song, really, tend to start with the lyrics and the melody. Everything else tends to serve those. I don’t know if that’s a New York thing or an American thing. It’s just a recipe for making good punk music, really.” Lees verder De frisse teksten van Parquet Courts

Er is zoveel dat wij niet weten

Er is waarlijk veel dat wij niet weten. Ik durf mijzelf stilaan een kenner noemen van het Nederlandstalige lied, aangezien ik er ten eerste zelf regelmatig eentje maak, de vinger aan de pols houd van wat er in onze eigen tijd aan eigentalig gekweel wordt geproduceerd én bovendien via RUM, Albert J. Boone of mijn eigen grootmoeders overdracht de brug sla naar Florimond Van Duyses “Het oude Nederlandse lied” en de rest van ons erfgoed.

En toch … had ik nog nooit gehoord van KoR Van der Goten. Op het onvolprezen muziekarchief heeft Pol Van Mossevelde een beknopte maar heldere biografie gepubliceerd van deze – naar eigen zeggen – eerste chansonnier van Vlaanderen. Dat eigen zeggen is meteen zeer karakteristiek voor KoR: uit vrijwel alles blijkt dat hij een enorm zelfingenomen man was. De blootstelling aan zijn interview bij Dree Peremans in 1979 is op het ondraaglijke af. De beluistering van zijn liedjes vergt ook enige volgehouden inspanning, maar het besef van het tijdskader vergoelijkt veel. Zijn uitspraak is zeer geaffecteerd, zijn stem heeft een ijl vibrato, zijn taal is archaïsch, zijn gerijmel vaak gezocht, het metrum verwaarloosd, zijn productie overmatig en zijn gitaarspel tamelijk beperkt. Verhip, het zou een recensie van mezelf kunnen zijn!

“Zoete meid, gedoog me dat ik naast je nedervlei” of het eindeloze herkauwen van boterbloemkens … Ik kan me niet voorstellen dat dit in de jaren van Elvis Presley erg hedendaags overkwam. Wat toen al oubollig klonk, is begrijpelijkerwijs vergeten heden ten dage. En “de eerste chansonnier …” dat is toch een heel andere denktrant dan “ne zanger is een groep“, het artistieke motto dat ik zo graag van Wannes Vande Velde overneem.

Ondanks de geringe affiniteit met zijn oeuvre of de afkeer van zijn uit onzekerheid geboren arrogantie, heb ik toch een verre sympathie voor de figuur KoR Van der Goten. We zijn immers, als troebadoers in de eigen taal, rari nantes in gurgite vasto.