De Stanza instrumenten(2): de bassen

Net zoals in het vorig artikel van deze reeks zal ik hier een overzicht geven van de bassen die de revue passeren en passeerden bij Stanza.

De bas koos mij.
Toen ik ongeveer 20 jaar geleden in het Middelbaar Onderwijs zoals zovelen besloot om samen met vrienden een bandje op te richten, waren de plaatsen voor drummer, eerste en tweede gitarist reeds snel ingenomen. Er was enkel nog een plek voor een bassist, en hoewel ik het nu doe klinken alsof ik geen keuze had, was basgitaar een instrument dat mij toen al intrigeerde: ik luisterde toen naar bands als Red Hot Chili Peppers, Primus, Living Colour, Fishbone… bands waarin de bas een veel prominentere rol kreeg dan in ‘pure and uncut’ rockbands.


De stijl van Flea en Les Claypool en Doug Wimbish was allesbehalve traditioneel en geworteld in de funk. De funk zou de stijl van muziek waar ik de komende jaren naar luisterde en speelde, bepalen.
Achteraf beschouwd, zou ik kunnen zeggen dat het mijn spectrum aan stijlen wat heeft beperkt, maar doordat de bands waar ik naar luisterde van hun stijl de hoekjes wat afslepen en vaak ook nieuwe invloeden toelieten, ben ik toch in mijn speelstijl meegeëvolueerd. Ik ben ook nog steeds de bands trouw gebleven, misschien met een licht uitzondering van RHCP.

Dat deze speelstijl bij Stanza in het begin paste als een tang op een varken en het gebruik van een batterij aan effectpedalen misschien niet op zijn plaats was, heeft er toe geleid dat ik (misschien zonder het te weten en zonder er spijt van te hebben) mijn stijl wat heb aangepast aan de stijl van de band.
Ik denk dat het aan de veelzijdigheid van Doug Wimbish ligt dat ik mij ook meer heb toegelegd op het spelen naar wat de situatie verlangt in plaats van mijn spel op te leggen aan een band. Wimbish is sinds de jaren ’70 op ontelbare platen verschenen als studiomuzikant of bandlid gaande van Sugar Hill Gang tot Rolling Stones en van Depeche Mode tot Madonna. En telkens slaagt hij erin om zijn stijl te incorporeren in het geluid van de band waarmee hij op dat moment speelt. Het blijft herkenbaar en toch ‘blend’ het mooi in het geheel. (Misschien moet ik hier ook maar eens een ander artikel in de reeks ‘aandacht voor’ over schrijven)

Applaus!
Het lijkt een hele aanloop, maar het is bepalend geweest voor de keuzes van mijn gitaren.
Mijn allereerste bas was een precision bass model van het merk ‘Applause’, een ‘budget’ lijn die door Ovation werd en wordt gemaakt.
Niet het merk maar het model was belangrijk: de precision bass was het model waarop James Jamerson de fundamenten van de Motown muziek schiep. Met de juiste setting kreeg (krijgt? zie verder) de bas een knorrend geluid en warme hoge tonen.
Deze bas bleef zowat 8 jaar mijn enige instrument samen met een Sunn versterker van 30 watt, die nog steeds, zij het soms sputterend, dienst doet bij kleine repetities.

Luider!
Vakantiejobs kunnen wonderen doen en met dat eerste geld kon ik niet weerstaan aan de aanschaf van een knoert van een versterker: een Trace Elliot 2×10 inch, 250 watt solid state versterker die gemakkelijk iedereen in de band wegblies. Dat was het voornaamste doel: optornen tegen Fender gitaarversterkers. Luid spelen was toen in…
Een goede aankoop, zo blijkt, want hij doet nog altijd stevig dienst, zonder een krakend geluidje in de pots of faders.

4+2
Dat Les Claypool op een 6-snarige bas speelde en daar wonderlijke riedels uit te voorschijn toverde was waarschijnlijk de reden tot de aankoop van een nieuwe bas, in een iets duurdere klasse: een Ibanez SR 506, 6-snarige bas met een uitgebreid tonaal spectrum en actieve electronica. Je kan er zowel warme jazz als aggressieve metal licks op spelen. En ze ziet er ook nog goed uit: de transparante lak geeft de bas wat meer stijl en en laat ook mooi het hout zien waaruit de bas is gemaakt, in tegenstelling tot veel goedkopere modellen waar de multiplex houtlagen worden verborgen onder een kleurenlak.
Wat later werd die bas ook uitgebreid met een GK-2B element van Roland en de bijhorende V-bass pedaal. Deze bas-synthesizer/modeler pedaal duwde mijn vorige Multi-Effect modellen van Korg en Boss in de tweedehandswinkel. “Met de synthesizer kan alles”. Voor een stuk is dat waar: het modelleren van Contrabassen en micro’s voor een 8×10 frigo van Ampeg zijn in theorie mooi, maar de vraag is “Wie heeft er wat aan?”
Desondanks deed de V-bass dienst.

Het moet ongeveer dan geweest zijn dat ik bij Stanza aan de slag ging.

Nog luider!
De 4-snarige precision geraakte wat in de verdrukking: de veelzijdigheid van de Ibanez maakte dat hij veel aan de kant bleef staan, maar ik miste wel het gevoel van de 4-snarige bas. Ibanez bracht toen net een gitaar uit in een nieuwe stof genaamd ‘Luthite’ dat het klankkarakter had van hout maar flexibel was om vormen te maken die met hout moeilijker te bereiken waren. En dus kocht ik, in de Guitarshop opnieuw een 4-snarige Ergodyne bas van Ibanez, de EDB 500. Opnieuw actief met een veel lagere actie en een heel snelle nek.
Alle riffs van Les Claypool klonken er goed op: veel mids en een low boost zorgden voor een krachtig geluid.
De low boost smeekte ook om iets in de versterking dat het aankon en mijn trouwe Trace Elliot werd uitgebreid met een 15 baskast van hetzelfde merk (met die hippe groene badge erop!). Geen huis of klein café is nog veilig: zelfs op een lager volume dan anders blaast deze kast volle lage tonen zonder te stuiteren over de lage frequenties.

En ook nu werd er een bas aan de kant geschoven en ik moet hier opletten dat ik het adagium ‘Waarom heb je nog een gitaar nodig, ge kunt toch maar op 1 tegelijk spelen’ niet bevestig. De 6-snarige bas had een snaar teveel: de hoge tonen kwamen niet van pas in het oeuvre van Stanza.

Interludium
Het bleef lang bij deze 2 bassen en de eerdere precision werd, als hobbyproject uit elkaar gevezen om te zien of er nog iets viel mee te doen: door de jaren waren de potmeters en de jackplug volgelopen met stof en ik wou net zoals Jaco Pastorius een fretloze bas maken uit een hals met frets.
Laat ons zeggen dat het project nog steeds loopt: de body is intussen volledig gestript, de frets verwijderd en nieuwe mechaniek, pots en pickups aangekocht. Binnenkort op een podium bij u!

GAS, alweer.
De precision was een fender model in deconstructie en gear-magazines lezen is nefast voor het bedwingen van GAS: deze 2 factoren en het geluid van Marcus Miller dreven mij onbedwingbaar in de richting van de Jazz Bass. En net op dat moment bracht Squier een Jazz Bass model uit waarvan magazines beweerden dat als je het geluid van een Fender Jazz Bass echt dicht wilde benaderen en er toch geen duizenden euro’s aan wou uitgeven, dat de Squier Vintage Modified Jazz Bass dan jou keuze moest zijn. En zo geschiede.
En de magazines hadden gelijk. Hij klonk als een Jazz Bass, hij was even zwaar als een Jazz Bass en hij koste een heel stuk minder.
Squier Vintage Modified Jazz BassEn een hele tijd lang heeft deze bas de lage tonen van de Stanzamuziek gespeeld, maar het was alweer een tussenstap, een tussenmodel, om te proeven van het gevoel van de Jazz Bass, maar net niet de real thing.

Little (red) Corvette
Ik vond dat het eindelijk tijd was een gitaar te kopen waarvan ik op voorhand wist dat ze mij zou liggen, dat ze een warme klank zou hebben en dat ze ‘de laatste’ zou kunnen zijn.
Een gitaar waarmee het al op voorhand klikt en die doet wat je denkt dat gaat doen.
Na veel zoeken en ebay af te schuimen was ze daar: een Warwick Corvette $$ 5-string, met een natural finish en 2 knoerten van passieve humbucker pickups, mooi naast elkaar geplaatst in ‘the sweet spot’ van de bas. Gekoppeld aan een actieve equalizer is de veelzijdigheid in klank van deze bas enorm: de 2 extra 3-polige switches breiden de mogelijheden nog uit: ze schakelen de humbuckers serieel, parallel of ‘single coil’ (ja, hoewel het een humbucker is…)
De 5-string speelt ook natuurlijker: het is eigenlijk een 4-string met een extra snaar, terwijl een 6-string een kompleet ander instrument lijkt.
De lagere B-snaar van de 5-string is een mooie uitbreiding van het spectrum en de langere neklengte van de Warwick zorgt ervoor dat die snaar in de lage tonen ook echt nog stevig klinkt. Bij standaard neklengtes wordt deze snaar vaak slapjes en sterft het geluid ervan snel uit.

Interludium 2
Het feit dat ik thuis sneller iets wou kunnen spelen, of op zijn minst spelen als het in mij op kwam, zonder daarvoor versterkers en gitaren in te pluggen, bracht mij op het idee een akoestische bas aan te schaffen. Het geluid en de kwaliteit speelde een minder rol in de keuze van het instrument, maar ik wou wel ‘een specialeken’. Ebay is een geschikt medium om goedkope ‘specialekes’ te vinden. En mijn bas was er ook een die in die categorie past: een resonator (“dobro”) bas die ingeplugd een heel stuk warmer klinkt dan niet ingeplugd. Het metalen klankgat geeft ook in de basversie het typische geluid van een dobro gitaar en dan vooral bij slides.

Spector goodnessHet orgelpunt
De 4-snarige bassen moesten er dit jaar aan geloven: de Jazz en de Ergodyne, stonden aan de kant en ik dacht er iemand anders wel plezier te kunnen mee te doen. Ze waren blijkbaar toch nog gegeerd: de Ergodyne ging vrij snel richting Nederland en de Jazz Bass op de trein naar Ronse.
En daar zat ik dan, zonder 4-snarige bas, waarmee het allemaal begonnen was: de precision lag nog steeds te wenken om in elkaar gevezen te worden, maar ik was al lang verkocht: Doug Wimbish speelt sinds jaar en dag op Spector bassen en dat was waarschijnlijk het geluid waar ik al al die tijd op zoek was. De verkoop van de gitaren en de bron waar ik bij zit met mijn Bass Gear Store, zorgde ervoor dat mijn ultieme droombas plots heel tastbaar werd. Ik moest niet lang twijfelen over het type: ik wilde een combinatie van een Precision met een Jazz bass, die warm kon klinken maar bij het slappen ook agressief, met genoeg mids. die de veelzijdigheid had van mijn Warwick in de pickups en de eenvoud van mijn eerste 4-snarige bas.

Het was gauw beslist wat het moest zijn: een bas met zowel de precision als de jazz pickups van EMG, een neck-through-body design voor meer sustain en een heel lage actie op de nek: het was de combinatie van al wat ik goed vond in mijn vroegere bassen en dat moest verenigd zijn in 1 gitaar. En de Spector Euro 4 LX in Ultra Amber finish levert het allemaal. De precision pickups zorgen voor een warm en typisch soul geluid, de jazz bridge pickup voor het agressievere Jazz Bass geluid. En de 2 samen voor een stevig slapgeluid. Dat, gecombineerd met een actieve mid en low boost, maakt dat deze bas een combinatie is van alles wat ik goed vind in basgitaren en maakt dat ik hem ook kan doen klinken als alles wat ik vroeger heb bespeeld.

Binnenkort in deze reeks: de effectpedalen van Stanza.

 

 

1 reactie op “De Stanza instrumenten(2): de bassen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.

I agree to these terms.