Ozark Henry over kleinkunst

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=E33120ML

In dit interview legt Peter Vantyghem een interessante vraag voor aan Piet Goddaer, alias Ozark Henry.

DS: Maar zou jij bijvoorbeeld geen mooie kleinkunst kunnen maken, met je flair voor arrangementen?

Ozak Henry: ‘Ik vind veel kleinkunst mooi en ik heb er geen probleem mee in het Nederlands te zingen. Maar muziek is voor mij in de eerste plaats een taal en in kleinkunst hoor ik die niet. Ik hoor de muziek zelden spreken. Het blijft een literair genre. Buiten de grenzen kan je daar niet veel mee doen, want de muziek zegt niets.

Enerzijds ben ik geneigd dit antwoord af te doen als onzin, omdat een lied altijd in een bepaalde taal staat en die taal niet noodzakelijk de muzikale boodschap verhindert. Anderzijds zit er een kern van waarheid in zijn antwoord. De volgende analyse kadert in een reeks beschouwingen over Nederlandstalige muziek.

Laten we beginnen met de term kleinkunst. Als we aannemen dat alle Nederlandstalige muziek onder die noemer valt, dan zou dat betekenen dat gelijk welke Nederlandse tekst je koppelt aan gelijk welke muziek, het klankpatroon van onze taal die muziek zodanig in de weg zou zitten dat de muzikale boodschap niet meer overgebracht wordt. Die stelling is bijna niet te handhaven. Hoezeer de term kleinkunst ook misbruikt wordt als verzamelnaam, weinig muziekliefhebbers zullen De Kreuners, Gorki of Noordkaap kleinkunst noemen, maar eerder rock. Clouseau en Marco Borsato maken een soort orchestrale pop. Laura Lynn en Kristoff beoefenen de schlager. Raymond heeft ongeveer alle stijlen uitgeprobeerd. Het Hof van Commerce of de Jeugd van Tegenwoordig zal je ook niet gauw terugvinden in de kleinkunstcatalogus. En de heerlijke klankentapper Spinvis, met zijn uiterst poëtische teksten, schept een heel eigen muzikaal idioom, dat weliswaar van zachtmoediger weefsel is dan de uitgesponnen tapijten van Ozark Henry, maar bij wie ik toch verwantschappen hoor. Zou Ozark Henry echt vervallen in literaire ballast, als hij zijn muzikale spoor verlegt naar onze taal? Neen, ik vind het een wat zwak argument, dat eens te meer ingegeven is door de vrees niet au serieux te worden genomen zodra je de lingua franca van de moderne muziek, en de hele globe, verlaat. Het klinkt als een brevet van angst en onvermogen. Peter Vantyghem zal toch iets meer verwacht hebben als antwoord op zijn boude voorzet.

Anderzijds moet de mening van een vermaard componist ook ernstig genomen worden: het zou natuurlijk kunnen dat de Nederlandse taal eerder een obstakel is voor een muzikale communicatie dan een hulpmiddel, met zijn harde dentalen en gutturalen, met de fijne vondst der samenstelling en de onmiskenbare worsteling van de Vlaming zélf met zijn standaardtaal. Het is wellicht niet toevallig dat het dialect nu als erg natuurlijk wordt ervaren als vehikel voor een lied, of dat de Nederlanders vlotter uit hun woorden komen dan wij.

Er is nog een andere factor: de idiomen pop, rock, blues en het afgeleide singer-songwriting, zijn gevormd in de Engelse taal en dan nog vooral in de Amerikaanse variant. Toen de Nederlandstaligen aan het singer-songwriten sloegen in de tijdsgeest van mei ’68, ontstond er wellicht een conflict dat vandaag nog altijd maar moeilijk opgelost geraakt. Volgens mij was dat conflict er niet geweest als we het eigen idioom van de Vlaamse volksmuziek verder hadden geëxploreerd, zoals de mengvorm die Wannes Van de Velde uiteindelijk bereikte, door flamenco en zigeunerinvloeden te verweven met de uiterst traditionele folk van hier. Omdat die vorm zo uitzonderlijk was, werd ze ook maar onder de kleinkunstnoemer gebracht, maar wie Wannes beluistert op een verzamel-cd met Stef Bos, Johan Verminnen en Louis Neefs, die bijvoorbeeld meer in de traditie van het Franse chanson te situeren zijn, voelt dat het schoentje niet past.

En dan stel ik me de vraag: als kleinkunst een literair genre is en de muziek ervan niets zegt op zich, wat denkt Ozark Henry dan van Bob Dylan? Zelfs zijn muzikaal rijkste platen “Blood on the tracks” en “Desire”, hebben toch vooral een meerwaarde door de tekstuele zeggingskracht? Die vraag had ik Peter Vantyghem graag weten stellen.

Terug naar de kleinkunst: als we in het hart van dat genre gaan kijken, naar artiesten als Kommil Foo, Yevgueni, Wim Decraene of bij de oervader Boudewijn De Groot, dan is het moeilijk te ontkennen dat de teksten de hoofdmoot uitmaken van het luisterplezier. Weinig melodieën van of composities van die artiesten zullen op zichzelf de toets doorstaan, als ik erg streng ben. Niet dat ik overigens zo overtuigd ben van de intrinsieke kwaliteiten van de songs van Ozark Henry maar hij heeft wel een punt dat zijn creaties mijlenver staan van dergelijke tekst-intensieve oeuvres. En hij kan zelfs in die mate gelijk hebben dat het literaire vernuft de luisteraar verplicht tot inspanning op een cerebraal niveau en daardoor afleidt van de muzikale boodschap. De herkenning werkt dan tegen de kleinkunstenaar en het feit dat de Vlaming (veel meer nog dan de Nederlander) vooral niet te veel wil geïdentificeerd worden met zijn kleinheid, helpt de zaak niet vooruit. Franse liedjes zijn ook hopeloos tekstintensief, maar de Fransen vallen en masse in katzwijm voor hun zangers.

En meteen is daar de wenk aan mezelf: om de universele snaar te raken, ook van het Nederlandstalige publiek, is er meer nodig dan tekstueel vernuft. De hersenen schieten pas in actie als het hart en de buik al zijn aangesproken. Door je toe te spitsen op tekst en melodie, loop je recht in de kleinkunst-val. Pas als je resoluut voor sfeerschepping kiest en daarvoor erg atypische klanken en patronen hanteert, kan je boven dat etiket uitstijgen. Dat demonstreert Bart Peeters tegenwoordig met zijn uitgesproken leenbeurten bij Afrikaanse en Zuidamerikaanse muziek. In de jaren 80 combineerde Doe Maar het Nederlands met ska en reggae, à la Police en Madness, en prompt ging er een schokgolf door de Lage Landen.

Dat toont aan hoe de eigen taal hoegenaamd geen belemmering hoeft te zijn voor een universele muzikale boodschap. De kunstgrepen of authentieke zoektochten die daartoe leiden zijn velerlei, van een diepe graafkarwei in de volksmuziek tot een onderdompeling in exotische sferen. Eenmaal die diepgang is bereikt, kan de eigen taal de beleving alleen maar versterken, door die extra laag van herkenning.

Ik heb in mijn leven geen boeiender zoektocht ondernomen en zou er de rest van mijn dagen mee kunnen bezig blijven!

4 gedachtes op “<!--:nl-->Ozark Henry over kleinkunst<!--:-->”

  1. Misschien is het inderdaad zo dat composities van ‘kleinkunstartiesten’ op zichzelf, zonder de tekst, de toets niet doorstaan. Om ook Boudewijn de Groot over deze kam te scheren, gaat wel erg ver.
    Het loont de moeite eens naar zijn liedjes te luisteren en voor één keer niet op de tekst te letten en je te concentreren om de muziek. Het zijn meesterwerkjes. Daarnaast blijven ook de meeste van de teksten, of ze nu van zijn hand zijn of van een andere tekstdichter, perfect overeind staan zonder de muziek, dus eigenlijk als gedichten. Bovendien zijn precies de liedjes van Boudewijn de Groot schoolvoorbeelden van hoe tekst en muziek één perfect geheel vormen.
    Dit moest ik even kwijt.
    Groetjes
    Caroline

  2. Beste Caroline,

    Je hebt gelijk. Ik heb me wat laten meedrijven door de golf van mijn betoog. “Zwemmer”, “Kinderballade”, “De eenzame fietser” … ik kan de melodieën meteen neuriën en heb er geen tekst voor nodig. Ze zijn tijdloos. Boudewijn De Groot is de beperkingen van het genre ontstegen en zijn compositorische kwaliteiten vormden inderdaad het perfecte huwelijk met de fantastische teksten van Lennart Nijgh. Ik denk dat mijn muzikaal inschattingsvermogen even beneveld was door Nijghs poëtische betovering.

    Een terechte rechtzetting!

    Dieter

    PS: Er komt nog een eerbetoon aan Boudewijn De Groot op deze blog. Dan is je weerklank opnieuw welkom.

  3. En “Pastorale” natuurlijk!
    Laten we ook zijn recentere composities niet vergeten: “De vondeling van Ameland”, “Op weg naar mijn lief”, “Berlijn” … Eigenlijk klassieke muziek.

    Dieter, bedankt voor je reactie. Ik kijk uit naar het eerbetoon!

  4. Ik wist dat Pastorale gedicht was door Nijgh, maar niet dat de muziek ook door De Groot werd gecomponeerd. De amplitude van deze rechtzetting wordt grotesk. Wat een componist!

    Meneer de recensent zal niet zacht slapen vannacht …

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente blogartikels

concerten

Verslag concert Arscene Hansbeke

Voor een publiek van bijna 70 sympathisanten palmde Stanza gisteravond zaal Arscene in Hansbeke in. Het was hartverwarmend, jullie gulle …

Lees verder
Geen categorie

Optreden in Arscene Hansbeke 15/11

Het concert in eigen beheer van Stanza gaat door op 15/11 in zaal Arscene in Hansbeke. Kaarten kosten 10 euro …

Lees verder
concerten

Schoolfeest Gentbrugge

De directie van basisschool Sint-Gregorius had het uitstekende idee Stanza in te huren om hun afsluitend personeelsfeest op te fleuren. …

Lees verder