CPeX lifetime achievement award

Dit weekend werden Humo’s Pop-Poll-prijzen uitgereikt. Ook nu was er geen lifetime achievement award voor meest uit de hand gelopen grap. Zo’n trofee zou zonder twijfel gaan naar de The Clement Peerens Explosition, die zaterdag optraden in de Handelsbeurs, naar aanleiding van een nieuwe, nog te verschijnen plaat. Net als vorig jaar was Stanza in vollen getale aanwezig in het publiek. Dat is misleidend, zowel wat de grootte van onze groep als die van het publiek betreft. Het publiek had een voorspelbare samenstelling. Wie voor het eerst naar de Handelsbeurs kwam, kon de ingang gemakkelijk vinden door groepjes dikbuikige mannen te volgen met grijzende slapen, zwarte leren vest en blauwe jeans. Twee jongelui hadden zich een snor opgeplakt en kenmerkende kledij aangetrokken, een lookalike-look die hen toegang verschafte tot de backstage. Eén ouderpaar had haar kinderen meegenomen, terwijl CPeX toch een behoorlijke “acquired taste” is.

CPeX is ontstaan op diezelfde Pop Poll, maar dan 17 jaar geleden. Het Leugenpaleis-typetje van de popkenner Clément Peerens versmolt met de musicus Hugo Matthysen. We hoeven deze brave man niet aan de lezers van deze blog voor te stellen, maar weet dat als er één voorbeeld bestaat voor Stanza, hij Hugo Matthysen heet (het andere voorbeeld heet Wigbert). Vergelijkingen met Guido Belcanto en Zjef Vanuytsel mogen goed bedoeld zijn, scoren doe je bij ondergetekende door een treffende gelijkenis op te merken met het repertoire van Hugo Matthysen of Wigbert. Het kan niet genoeg herhaald worden. Zó, lieve meisjes, doet men een zanger binnen. Men zou het ook andersom kunnen bekijken en mij bezweren dat ik eerst maar eens moet zorgen dat ik op Hugo Matthysen lijk in plaats van op Guido Belcanto, en dat de muziekliefhebbers en lieve meisjes dan wel spontaan zullen volgen.

De publicatie van muzikaal materiaal onder de naam “Hugo Matthysen & De Bomen” stopte even abrupt als ze was begonnen. Drie platen op drie jaar (’91-’93) en daarna was de kous af, al moet er in 1996 een titelloos album (verzamelaar?) verschenen zijn. Toen schakelde zijne tongue-in-cheekness over op het personage Clément Peerens. Mijn hypothese is dat Vlaanderen nooit heeft gehouden en nooit zal houden van muziek in de standaardvariant van de eigen taal, die op een verstandelijke manier emotioneel en eerlijk is (goede verstaanders …). Vlaanderen houdt van anderstalig, want dat is hip, of van dialect, want dat is eerlijk, of van alles wat ironisch is. Een recept voor succes is keihard volgehouden zelfspot, waardoor de grens tussen werkelijkheid, mythe en spot vervaagt. Eddy Wally is een flurk, maar wel één die het lang genoeg heeft volgehouden om plots salonfähig te worden. Guido Belcanto heeft de ordinaire smartlap door ingehouden zelfspot aanvaardbaar gemaakt voor intellectuelen. CPeX werkt volgens hetzelfde procédé. In het plat Antwerps en vermomd als oude rocker, mag een droge komiek lustig vrouwonvriendelijkheid tot liedkunst verheffen. De platitudes worden vrolijk meegebruld. De toehoorder zorgt er wel voor dat de hoofdschuddende glimlach alle twijfel wegneemt dat artiest en publiek er ook maar iets van zouden menen. Het gaat maar over Clément zijn vrouw – die niet bestaat.

Tot daar de grap. Wat Stanza ook vorige keer al mocht opmerken, is het grote muzikale gehalte van de voorstelling. Matthysen speelt riffs tijdens zijn zanglijnen, en geen simpele. De structuren van de songs zijn al even vernuftig als zijn teksten. De instrumentbeheersing van de drie heren is om vreselijk jaloers op te zijn. Drummer Dave de Peuter is beter bekend als de professionele klassieke gitarist Aram van Ballaert en mag dat af en toe demonstreren als pseudo-verrassingseffect. Bassist Sylvain Aertbeliën (Ronny Mosuse) neemt dan over aan de drums en doet dat eigenlijk beter. Mosuse is natuurlijk ook een betere zanger dan Matthysen, wat hij dan weer kan tonen in “There’s only one Sylvain”. Toch zorgen die uitstapjes naar de onomwonden kolder net voor een ontnuchterend effect. De zelfgeschapen mythe van de norse rocker leunt op een wankele suspension of disbelief. De nakende geslachtswijziging van Dave (Teef) en de lofzang op zichzelf door Sylvain wrijven de grap in de ogen van het publiek. Misschien is dat net wat deze vertoning naar een hoger artistiek niveau tilt, maar zelf blijf ik liever gevangen in de vreemde spanning van twee supermuzikanten en één tekstuele grootmeester annex gitarist, die stug volharden in een foute grap.

Het hoogtepunt van de show was in dat opzicht een parlando van Clément, waarin hij het ontbreken van een propere handdoek in de badkamer, wat de volle verantwoordelijkheid is van zijn vrouw, vergelijkt met het ontbreken van wielen aan de auto. Die absurde verongelijktheid, met een hoofdrol voor wat ongeveer de enige clichématige verantwoordelijkheid is van de man, drijft de ultieme spot met de verwende vent die op hotel zit chez sa femme, en nog te klagen heeft.

Ik weet niet of de voorste rijen, die luidkeels “Zaugen” meezingen, dat ook zo begrepen hebben. Een wankele balans zal onevenwichtige types aantrekken zeker? Het enige waarover ik eventueel nog te zaugen heb, is het personage van de drummer. Voorheen zat daar Bart Peeters, met IKEA-pet en ongewassen sluik haar. Hij drumde en nam verder amper deel aan de performance. Die contrastwerking met de anders zo hyperaanwezige Peeters leek me een volmaakte vervollediging van het bizarre trio.

Het concert van CPeX is me nog meer bevallen dan vorig jaar. De set zat beter in mekaar, de uitspattingen meer in het begin, de mythe werd iets beter in stand gehouden, maar vooral zaten er enkele (nieuwe?) nummers in die teruggrijpen naar de oude Hugo Matthysen, de jonge dus. In het Peerens-bos verschijnen de bomen weer. De normvervaging vervaagt en lost op in het grenzeloze levenswerk van deze vakman in vernuft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.

I agree to these terms.