Drinkliederen (vervolg)

Wie dacht dat de publicatie van onze nieuwe single “Drink met mij” voor vandaag was, die is er aan voor zijn première-moeite, maar anderzijds kan u dan weer verder kennis opdoen over de geschiedenis van het drinklied. Wij halen dat ook maar van het net, maar het net is zo groot en u hebt nog een houten kop van gisteren, dus weest u Stanza dankbaar voor onze volhardende studie.

Waar we gisteren nog een bescheiden terugblik in de voorbije decennia wierpen, gaan we nu voluit voor de historiek. De geschiedenis van het lied in de Nederlanden is voer voor etnomusicologen waaronder mijn favoriet Florimond Van Duyse. In diens gigantische overzicht “Het oude Nederlandsche lied”, dat online te raadplegen en zelfs te downloaden valt is er echter geen aparte categorie van drinkliederen. Dat verbaast me: ik dacht dat er genoeg materiaal zou zijn voor een apart lemma. Zo zongen wij destijds met folkgroep Toernee General (zie de geschiedenis van Stanza) een lied dat Wij willen vanavond vrolijk zijn heet en die vrolijkheid komt vooral van “den koelen wijn”. Het staat wel in de Nederlandse liederenbank vermeld, waar niet minder dan 125 000 liederen vermeld staan, helaas niet in hun volledige vorm. Op de site van Frans Mensonides vind ik nog het lied van de Pekelharing, dat hij via Natascha Veldhorst haalt uit een oud liedboek.

Volgens het studententijdschrift Veto is het drinklied een traditie die ontstond bij de Vaganten, rondreizende studenten. Hun productie zou onder meer in het Antwerps liedboek moeten terechtgekomen zijn, maar het vergt wel wat om te weten wat daar in staat, omdat bijna elk lied “Een nieuw lied” als titel draagt. Nog steeds volgens Veto is de formele cantus, waar het bestaan van drinkliederen toch niet langer kan ontkend worden, pas in de jaren 20 overgewaaid vanuit Duitsland, wat geen verbazing hoeft te wekken.

Cantussen, ik hield er niet van. Het zingen vond ik prachtig, het gedwongen drinken al veel minder. Ik vind drank prima, ook in de maatschappelijk onverantwoorde zin, maar het moet een beetje spontaan gebeuren. Een ad fundum op commando – neen, dat vond ik zonde van de gerst. En ik kon het ook niet, moet ik toegeven.  De nobele techniek van het openzetten van de keel heb ik me nooit eigen gemaakt. Cantor ben ik dus nooit geworden, want hoewel ik met plezier voorgezongen had, de Cantor was samen met de Prosenior de vaakst uitgedaagde coryfee voor een ad fundum. Na een paar cantussen hield ik het voor bekeken, toen ik eenmaal had begrepen dat het bier geen middel was tot samenzang, maar de zangstonde een middel tot meer bier.

Toch heb ik éénmaal een melomane ervaring gehad op een cantus, toen we het lied “Im Tiefen Keller” leerden. Je kan het hierna horen en bekijken in versie van Ivan Rebroff. De theatraliteit wordt volledig overstemd door de ongelooflijke demonstratie van zijn stembereik. Luister zeker tot het einde:

https://www.youtube.com/watch?v=EflJjuy_DkQ

Im tiefen Keller sitz’ ich hier bei einem Faß voll Reben,
bin frohen Mut’s und lasse mir vom Allerbesten geben.
Der Küfer zieht den Heber voll, gehorsam seinem Winke,
reicht mir das Glas, ich halt’s empor
und trinke, trinke, trinke.

Mich plagt ein Dämon, Durst genannt; doch um ihn zu verscheuchen,
Nehm’ ich mein Deckelglas zur Hand und laß mir Rheinwein reichen,
Die ganze Welt erscheint mir nun in rosenroter Schminke,
ich könnte niemand Leides tun
ich trinke, trinke, trinke!

Allein, mein Durst vermehrt sich nur bei jedem vollen Becher;
das ist die leidige Natur der echten Rheinweinzecher.
Doch tröst’ ich mich, wenn ich zuletzt vom Faß zu Boden sinke:
ich habe keine Pflicht verletzt,
ich trinke, trinke, trinke!

In onze faculteitskring waren de populairste drinkliederen de Latijnse kleppers “Io vivat” en “Gaudeamus igitur” en vooral het enthousiast gebiedende “Bier her (oder ich fall um jochei)” en het tijdens het salamanderen ingezette “zet het glaasje aan je lippen”. Ook van studentenliederen staat er een collectie online. Het valt op dat die toch vooral bloemleest uit de oude verzamelingen. Op die manier blijft er een soort vreemde connectie bestaan tussen het oude Vlaamse cultureel erfgoed en het stoute segment van de studentenwereld. Studenten die zichzelf tot de linkse progressieven rekenen, raken altijd in een lastig moreel-cultureel parket als ze zich uitleven in dat erfgoed, dat inmiddels is gerecupereerd door het Vlaams nationalisme, dat zich helemaal heeft onttrokken aan het klassieke linkse spectrum. Maar goed, dit is geen politieke blog en over de spagaat die onvermijdelijk ontstaat uit liefde voor de eigen taal en een open wereldbeeld, zal het hier nog vaker gaan. Wat de studenten betreft, ben ik echt nieuwsgierig of ze nog altijd dezelfde oude liedjes zingen en of ze nog altijd zo gericht zijn op drank.

Dat het drinklied allerminst een beschamende discipline is, bewijst “Ergo bibamus“, dat oorspronkelijk getoondicht werd door niemand minder dan Goethe. In afwachting van onze voortzetting van deze grote literaire traditie met”Drink met mij”, zullen in we de eerstvolgende bijdrage een versie online zetten van “Wij willen vanavond vrolijk zijn”.

5 reacties op “Drinkliederen (vervolg)

  1. Niet echt een drinklied, maar er wordt wel wat in afgezopen:
    Cheers Darlin' door de Ierse bard Damien Rice. Een ervaringsdeskundige dus.

    Live wordt er tijdens dit lied steevast een flesje rode wijn leeggedronken. Method singing.

    — Z

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.

I agree to these terms.