Inspiratie bij – Toon Hermans

In een vorig artikel hebben we aan de hand van een tiental fragmenten, de humor geanalyseerd van “Nieuw-Zeelands vierde populairste folkparodieduo” Flight of the Conchords en even een zijsprongetje gemaakt naar Laughing Matters, waarin Rowan Atkinson een uur lang de mechanismen blootlegt van visuele humor. Als Rowan Atkinson humor analyseert, blijft hij grappig, wat niet van de Stanza-blog kan gezegd worden. In de theorie van humor die wij proberen op te bouwen uit al die vermoeiende analyses, bleef één cruciaal aspect voorlopig onderbelicht: de timing. Timing is voor humor wat gevoel is voor muziek: de grote dooddoener. Als je wil zeggen dat je een komiek goed vindt, dat je er hartelijk kan om lachen, maar je wil het uitdrukken met het air van een kenner, dan heb je het over de “geweldige timing” van de komiek. Stanza is misschien niet grappig, maar wel uiterst leergierig en wij willen het concept “timing” aan een nauwkeuriger analyse onderwerpen. Als voorbeeld kozen wij iemand uit het Nederlandse taalgebied: de onvolprezen Toon Hermans.

Van alle cabaretiers in ons taalgebied is Hermans die met de meeste impact geweest, of zeg maar de populairste. Wie zijn conférences bekijkt door de jaren heen, ziet een evolutie, van de positieve jaren ’60 die hem op handen droegen, door de kritische jaren ’70 waarin zijn apolitieke repertoire niet voor vol werd aanzien, tot zijn hoogtepunt in de individualistische jaren ’80 en daar voorbij, toen hij in de jaren ’90 ouder was geworden en minder scherp. Voor- en tegenstanders vonden hem beter als entertainer dan als zanger en liedjesschrijver. Desondanks maakte hij talloze liedjes, en bouwde hij zijn shows er nog altijd omheen.
We zullen ons hier niet buigen over de kwaliteit van zijn liedjes en daarvoor ken ik zijn oeuvre ook niet goed genoeg. We halen wel twee hoogtepunten uit zijn conférences boven, die vrijwel integraal steunen op een monumentaal langzame spanningsopbouw, met precies getimede en op het publiek afgestelde grimassen of opmerkingen: “Johnny haal je even mijn tennisracket” en “De voorzitter van Ons Genoegen”. Omdat we toch bij Hermans zitten, gooien we er nog “Snieklaas” en “De admiraal” tegenaan, waar het tempo wat hoger ligt, maar er nog altijd een duidelijk patroon te herkennen valt in de timing van herhaling, pauze, grap en bovenop-grap.

1. Johnny, haal je even mijn tennisracket


Dit is misschien de sketch waarvoor Toon Hermans het langst zal herinnerd blijven. Op het hoogtepunt van zijn carrière als komiek, kon hij het zich veroorloven een grap te brengen waarvan de pointe precies was dat er niets gebeurt. Hierboven kan je de scène bekijken. Ik ga dus niet navertellen wàt er precies gebeurt, maar hoe Hermans zijn grimassen en grappen, maar vooral de stiltes precies timet.

0:10 – 0:20 – De inleiding is een typische Hermans-inleiding, met veel herhaling. Het onderwerp wordt gedefinieerd, heel duidelijk. Ik meen dat Hermans door de herhaling een verwachting creëert, die niet zal beantwoord worden.

0:21 – 0:36 – Opdracht aan de toneelmeester. Het publiek moet “even wachten”. Twee komische elementen: 1) Hij roept naar rechts, maar de toneelmeester komt van links. 2) Hermans is groot, de toneelmeester haast een dwerg.

0:36-0:58 – De pantomime met de sleutel. Komische elementen: 1) Johnny wil discreet zijn, maar de discretie staat haaks op de aandacht die hij krijgt. 2) Als het publiek al een beetje lacht, op 0:50 buigt hij zich op de hoogte van de dwerg, alsof dichtbij de mime helpt om hem te begrijpen. 3) Het publiek heeft al lang door wat Johnny wil maar pas op 0:58 verlost Hermans Johnny uit zijn lijden.

1:05 – 1:12 Hermans vertelt wat er “straks” zal komen. Nadruk op “bal” als komisch element (heel licht). Hij begint met wachten en kucht.

1:20 – het publiek realizeert zich dat Hermans staat te wachten. Een eerste lachsalvo. Hermans wandelt naar de andere kant van het podium.

1:30 – richt zich op en trekt een zeer verveeld gezicht. Hij kijkt het publiek aan, maar alsof het er totaal niet toe doet.

1:40 – trekt een rare bek, typisch voor als men alleen staat te wachten, kijkt naar omhoog en rolt met de ogen.

1:50 – kijkt terug langs het publiek en rolt met de ogen.

2: 00 – kijkt plots naar de richting waar Johnny verdwenen is, en dan terug naar het publiek.

2:10 – begint terug te ijsberen.

2:20 – kijkt nog eens achter zich, waar Johnny blijft.

2:27 – “komt zo!”. De delivery is een béétje over the top.

2:33 – begint te fluiten.

2:38 – 3:08 – grap over Beethoven en Oh Carolien. “Als ik straks tijd heb, …”

3:10 – 3:20 – ijsberen, tot Johnny, in de rug uiteraard, arriveert met de racket “Oh ben je d’r al” klinkt opnieuw lichtjes erover.

We kunnen heel goed aflezen aan deze intervallen, dat Hermans ongeveer om de tien seconden een andere handeling stelt, wat blijkbaar (toen) de tijd was die een publiek zelfstandig aan de lach kon houden, waarna een nieuwe handeling nodig is om de lach aan te zwengelen. Het wachten duurt een dikke minuut, waarna hij begint te fluiten. Nog eens tien seconden na de pointe, want dat mogen we “Als ik straks tijd heb …” toch noemen, is de grap afgewerkt. Uiteindelijk gooit Hermans er (letterlijk) nog een grap achteraan, door nogmaals de kleine gestalte van Johnny te bespotten.

2. De voorzitter van “Ons Genoegen”

http://www.youtube.com/watch?v=BTmOtZQM80k

Net zoals bij “Johnny, haal je even mijn tennisraket”, zullen we hier vooral aandacht schenken aan de timing, ditmaal hoe Hermans inspeelt op het lachende publiek.

0 – 0:25 – De voorzitter neemt uitgebreid de tijd om de zaal te monsteren, of beter, zich te laten bekijken door het publiek. Het volkse, burgerlijke, dwaze voorkomen van de voorzitter is cruciaal voor de scene.

0:25-0:45 – In 20 seconden geeft hij het onderwerp aan.

0:45 – gelukzalige lach; herhaling

0:54 – 1:40. Eerste acht namen. Hermans wacht telkens tot het gelach is uitgestorven, voor hij de volgende naam geeft.

1:40 “Stip … (Stip)” tijdens de herhaling wacht hij niét tot het gelach is uitgestorven, want het maakt deel uit van de lijn.

1:45 Idem voor “Hak … Hak”

2:03 “Loof … hutjes” ook dit is een volledige lijn. Maar de herhaling “Loofhutjes!” komt pas na de lach.

2:22 Idem voor “Schroot … hamer”. Tussenin komt een minder grappige naam, of het publiek reageert minder, en Hermans maakt daar duidelijk meer vaart.

Hiermee is de opsomming een eerste keer voltooid. De namen zijn op zich niet heel erg grappig, eerder absurd, al kan je in Nederland vanalles verwachten. Het is de combinatie van de absurde namen, het malle typetje, de nadruk waarmee ze worden uitgesproken, maar vooral het trage tempo, dat de opsomming komisch maakt.

2:43 – 2:50 Hermans heeft de eerste naam “Mevrouw Peper” een tweede keer uitgesproken en geeft het publiek de volle 7 seconden om te beseffen dat ze de litanie nogmaals moeten doorstaan. De eerste maal wachtte hij maar 4 seconden na “Mevrouw Peper”, omdat de opsomming toen nog vorm moest krijgen! Ook na “Mevrouw Kistenmaker” volgen 7 seconden. De andere twee namen van de afwezigen volgen in gewoon tempo.

3:28 Met een soort fatalistisch en toch vermanend handgebaar, als wil hij zeggen “Ik kan het ook niet helpen” is de parodie van de zichzelf hopeloos ernstig nemende voorzitter op een hoogtepunt gekomen.

3:32 “Wél aanwezig” – 10 seconden gelach – “zijn”. De andere acht namen worden opgesomd, met de volgende naam telkens net als de lach uitsterft.

4:26 Pas hier verhoogt Hermans het tempo door al in het gelach “Schroot … hamer” te vervolledigen.

4:37 – 4:47 Bij de aankondiging van de vierde opsomming krijgt het publiek nog maar eens 10 seconden om zich in pijnlijke hilariteit te wentelen.

4:47 – 5:32: Tijdens die vierde opsomming, en de tweede op rij van de aanwezigen, is het publiek al helemaal mee en de aanvullingen van stip, hak, hutjes en hamer, reiken ze aan, waarop Hermans gretig inspeelt.

5:50: en daar komt de vijfde opsomming, de tweede van de afwezigen. Na “Als” volgen net geen 10 seconden hilariteit. Hierna worden de namen in snel tempo opgevolgd. Hermans kan nu eenmaal niet die namen blijven debiteren aan hetzelfde trage tempo. De oerwet van de humor, namelijk het spel van herkenning en vervreemding, is immer geldig, hier onder de vorm van een opgebouwde verwachting en het doorbreken van die verwachting.

6:26 Ik twijfel er geen seconde, en zeker geen 10 seconden aan, dat de man in het publiek die aanvult met “mooi”, waarop Hermans “lelijk” zegt, een handlanger is. Hierop begint Hermans te lachen, alsof hij uit zijn rol valt, maar we weten intussen dat àlles bij Toon Hermans is voorbereid. De hilariteit duurt een dikke 20 seconden.

7:02 “… MET” een zesde opsomming wordt aangekondigd, maar op 7:10 wordt die verwachting, die nu echt pijnlijk zou zijn en niet langer grappig, in de kiem gesmoord, en Hermans verlost het publiek uit zijn lijden.

Deze twee sketches zijn beide bravourestukjes van timing, met een spaarzaam gebruik van verbale humor en een beperkt maar intens arsenaal aan visuele humor, maar uiterst zorgvuldig opgebouwd en afgewerkt. Ik twijfel er niet aan dat Hermans deze sketches minutieus heeft voorbereid, al zal het voortgaan als de lach aan het uitsterven is, wel een tweede natuur geworden zijn bij deze grootmeester.

3. Snieklaas

http://www.youtube.com/watch?v=ijAJwOTD3cQ

In deze sketch zien we een patroon van opbouw door herhaling (bv. nare man) en een daaropvolgende punchline (bv. schimmel). Merk op hoe Hermans ook hier zogenaamd even uit zijn rol valt, naar het einde van de sketch.

4. De admiraal

http://www.youtube.com/watch?v=gmGfMEcI0nI

“De admiraal”, die doet denken aan de “kopstukken” van Godfried Bomans, is een sketch die vandaag minder overeind blijft. Het parodiëren van hoogwaardigheidsbekleders is anno 2010 geen thema meer, nu de authoriteit in de samenleving sterk is vervaagd. In vergelijking met toen is de wrede humor van het vernederen van weerloze mensen veel meer in trek. Hermans doet ook aan overacting à la Chaplin (het wenen), één van zijn grote voorbeelden en zoals Atkinson al aangaf, is Chaplin eveneens gedateerd. In zijn genre, dat van het neerhalen van hoogwaardigheid, vind ik het wel sterk en subtiel. Zijn woordspelingen klinken altijd wat klef. De absurde stukken smaken vandaag nog het beste.

Een uitgebreid overzicht van het leven van Toon Hermans, zijn conférences, liedjes en de rest van zijn oeuvre kan je bekijken op volgende sites:

http://www.zwartekat.nl/hermans/
http://www.toonhermans.nl

 

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Recente blogartikels

lessen

De beste gitaarlessen op youtube

(skip de intro en ga direct naar de lijst als je hier niet bent om proza te lezen) Op gezette …

Lees verder
Geen categorie

Mijn grijsgedraaide platen – 1 tot 10

Als ik door mijn platenkast blader, kom ik drie soorten platen tegen. Dingen die ik ooit per se moest hebben …

Lees verder
inspiratiebronnen

Louis Naakt

Louis Neefs had een prachtige stem. Hij had heel mooie liedjes, maar vooral een prachtige stem. Want de liedjes waren …

Lees verder

Stanza bij u thuis?

Wil je een huiskamerconcert van Stanza bij jou thuis?