Geen onverdeelde adoratie voor gedeelde adoraties

Zaterdag trokken we met de voltallige groep en de helft van de Stanza-ladies naar Kortrijk om er te leren hoe je dat doet, zo met een ganse groep op het podium staan en toch met z’n tweeën zijn. Het grote voorbeeld in casu betrof twee heren op leeftijd, Erik Melaerts en Jean Blaute, die naar eigen zeggen niet alleen een vriendschap delen maar ook enkele idolen. Het programma heette dan ook “Gedeelde adoraties”.

Er viel inderdaad vanalles te leren van dit optreden, maar dan niet zozeer hoe je met loops en voorgeprogrammeerde deuntjes aan de slag kan om een ondertal te maskeren. Voor die alchemie is er geen betere leermeester dan Spinvis, een fantastische kunstenaar die van de loopstation een meervoudig personage maakt, met een muzikale ziel. De vermeende leegte op het podium werd eerder aangepakt door de opmerkelijke muzikale veelzijdigheid van Jean Blaute. Hij speelde elektrische gitaar, piano, trekzak, melodica (hét speleding van de nu-folk), bas en een soort mini-dobro. Daarbij nam Blaute ook het gros van de zangpartijen voor zijn rekening. Melaerts wisselde de hele tijd tussen elektrische en akoestische gitaar, en af en toe zong hij, een tweede stem, of uitzonderlijk de hoofdpartij. Daar wrong meteen het eerste schoentje. Beiden zijn niet helemaal toonvast – Blaute had vooral moeite met het hoge register – en ook als ze juist zingen is het zelden mooi. Hun vaardigheid met de stembanden was dus eerder accessoir aan hun instrumentale vakkunde.

Een instrument kan je die jongens echt wel toevertrouwen. Met name Jean Blaute is door zijn vele TV-optredens waarschijnlijk onderschat als pure muzikant. Melaerts vond ik dan weer op zijn best op akoestische gitaar. De natuurlijke klank van een goed instrument kan je namelijk niet verprutsen. Op elektrische komt de persoonlijkheid van een muzikant meer bovendrijven. Zijn keuze voor koude, schelle klanken zou de mijne niet zijn. Het levert hem een reputatie op van een zielloze muzikant – en ook mij kon hij nooit echt beroeren. Bij momenten vond ik hem zelfs iets te driftig in het demonstreren van vingervlugheid, zodat niet alleen de muziek er bij inschoot, maar er zelfs sprake was van gestruikel over de eigen verzuchting.

En daarmee zijn we nog niet aan het einde van deze klaagzang. Een bevriend muzikant sprak me onlangs over de drie niveaus van het muziek maken. Het eerste niveau is techniciteit: hoe vaardig ben je in het precies weergeven van de noten? Het tweede niveau is vertolking: ben je in staat om het stuk te brengen zodanig dat je een gevoel overdraagt op het publiek? Het derde niveau is de persoonlijkheid: vertel je met het geheel van de vertoning een eigen verhaal, wat ook kan met andermans werk?

Zoals gezegd, technisch was het allemaal erg kundig. Deze heren zijn in hun sas op gitaar en co. Sommige liedjes kunnen ze ook naar hun hand zetten. Bij de vertolking van Tim Hardin of de jazz-standards van het American Songbook voélde je een overdracht van de gevoelens die ze zelf koesteren bij het horen of brengen van die liedjes. Maar de vermeende rode draad door het verhaal, de “gedeelde adoraties”, ging verloren in het amalgaam van stijlen en het feit dat niet alles even sterk vertolkt werd. Ik had bijvoorbeeld wel twee uur naar jazz-standards of singer-songwriters als Hardin kunnen luisteren, maar doordat ze voortdurend werden afgewisseld met variétépop à la Matt Bianco, Serge Gainsbourg of Hugo Mathyssen, in alle talen, of eigen instrumentale composities van Melaerts, raakte ik maar niet in de sfeer.

Hugo Mathyssen had het duo trouwens voorzien van een tekst op maat, wat voor mijn immer intacte voorkeur voor nederlandstalig werk een hoogtepunt betekende. Die tekst legde echter pijnlijk de banaliteit bloot van het slotnummer, waarvan ik vrees dat Melaerts de tekst had geschreven en Blaute uit mededogen niet het soort kritische ingesteldheid aan de dag legde die hij reserveert voor Idool. Een concert over gedeelde adoraties afsluiten met “mogen uw ballen altijd met z’n tweeën zijn” lijkt me iets wat zelfs Sam Gooris tijdens het nuchtere nazicht zou besluiten te schrappen.

Gelukkig konden we ons optrekken aan het gegoochel met instrumenten, en ook wel aan het naturel waarmee Blaute op een podium staat. Zelfs als hij flauwe bindteksten debiteert, is hij genoeg ad rem om met zichzelf te spotten en het publiek in extremis een lachbui te bezorgen. Ook Melaerts liet zich van zijn grappigste zijde zien, zoals wanneer hij zich smalend uitliet over de composities van zijn speelmakker, en het gehalte van diens “deuntjes” verklaarde vanuit zijn plattelandsachtergrond.

Met dit overheersende gevoel van ontgoocheling staan we kennelijk niet alleen: na het laatste nummer legde Jean Blaute het gebruik van het bis-applaus uit. Een truuk die een beginnend groepje zich al amper kan permitteren. Voor een gevestigd artiest is het niet minder dan gereflecteerde spijt.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Recente blogartikels

Geen categorie

De pop-artist Serge Gainsbourg

In Mons loopt anno 2021 een overzichtstentoonstelling van Roy Lichtenstein, na Warhol wellicht de belangrijkste vertegenwoordiger van de pop-art. Eén …

Lees verder
lessen

De beste gitaarlessen op youtube

(skip de intro en ga direct naar de lijst als je hier niet bent om proza te lezen) Op gezette …

Lees verder
Geen categorie

Mijn grijsgedraaide platen – 1 tot 10

Als ik door mijn platenkast blader, kom ik drie soorten platen tegen. Dingen die ik ooit per se moest hebben …

Lees verder

© Stanza 2019 – Fennec Fox by Yu luck from the Noun Project – Website design Graffic Traffic

Stanza bij u thuis?

Wil je een huiskamerconcert van Stanza bij jou thuis?