De nieuwe plaat van Clement Peerens is Olraait

Hij is al een tijdje uit, maar het vergde een paar luisterbeurten om er toch iets zinvols over te kunnen zeggen. Ik heb het over de nieuwe worp van Clement Peerens en zijn Explosition.
Zoals eerder op de blog was te lezen, moet dit zowat de meest uit de hand gelopen grap zijn van Hugo Matthijsen, het alter ego van Clement Peerens.
Ja, u leest het juist, want het lijkt er steeds meer op dat het een zeldzaamheid wordt om Matthysen zelf aan het werk te zien zonder plaksnor en mouwloos jeansvest. Tot spijt van de liefhebber van het werk van de Boechoutse duivel-doet-al.
We zullen het er helaas moeten mee stellen: in een gesprek in het Radio 1-programma Interne Keuken liet Hugo Matthysen verstaan dat Clement Peerens een zeer comfortabel vehikel is geworden om zijn muzikale ei kwijt te kunnen en dat we dan ook niet meteen hoeven te wachten op een nieuw Hugo Matthysen (en de Bomen) album.
Dat zouden we jammer kunnen vinden, maar we worden getroost met het feit dat op deze nieuwe plaat van Clement Peerens zeker een paar nummers staan die gewoon Matthysen nummers zijn maar dan gezongen in het Antwaarps.
Welaan dan: laat ons dan, voor wat het waard is, zeggen wat we van de plaat vinden.
Het eerste wat valt te zeggen is dat het een volwaardig album is geworden; de laatste paar platen die CPeX op de wereld losliet, waren zo goed als allemaal verzamelaars: een aantal nieuwe nummers aangevuld met eerder werk uit de EP’s ‘Dikke Lu’ en ‘Foorwijf’.

Ik kwam den duvel tegen
De plaat start met ‘Ik kwam den duvel tegen’ en ik moet al meteen zeggen dat dit zo’n typisch Matthysen nummer is: de gitaarsound doet mij denk aan die van het album ‘Dankuwel’ en de tekst is spitsvondig geconstrueerd rond een typische Clement Peerens-topic, namelijk ‘de zagende vrouw’. Er zit een mooie verwijzing in naar de frituur van Vettige Swa, de in Thailand verblijvende ex-drummer van de CPeX, waarover verder meer. De duivel doet Clement een voorstel om zijn ziel te verkopen, en in ruil zal hij hem schenken wat hij verlangt. Het aanbod dat de duivel doet is aanlokkelijk: een roedel babes of een yacht in Sint-Tropez, het dubbel van de Schueremans zijn pré, een splinternieuwe prostaat, een villa in Brasschaat,… Dit stuk van het nummer is veruit het beste: het rijm rolt als een trein en het is een van die opsommingen die je in geen enkel ander nummer kan tegenkomen. De pointe is voorspelbaar maar grappig.

Vuile hypocriet
Zoals Matthysen zei: Clement Peerens-nummers zijn liefst nummers met een goeie riff waarover ook nog eens makkelijk kan gezongen worden. ‘Vuile hypocriet’ is daar een voorbeeld van. De topic: Clement wordt verraden door zijn goeie vriend die hij, wegens diens echtelijke problemen, in huis gepakt heeft.
Het nummer zit ook hier weer zeer goed in elkaar: er is de riff, maar dan wringt de structuur zich in melodische bochten met een aantal bijkomende riffs (waarover, zo blijkt, ook goed kan worden gezongen)

Sympathieke mensen
Beatles-fans zullen hier op hun ziel getrapt worden: de intro klinkt als Let it Be, maar dan achterste voren gespeeld. Verder zijn alle gelijkenissen ver te zoeken: de Clement hekelt hier de sympatico’s die met een welgemikt maar niets zeggend ‘oe is’t, alles goe?’ zijn dag om zeep helpen. Met stip de mooiste omschrijving van de sympathieke medemens: ‘den droesem van dees moatschappij’.
Het nummer wordt grappig omdat het thema en de angelieke backingvocals zo haaks op elkaar staan.

Ambrayage
Tijd voor rock! Ambrayage is een CPeX nummer dat meer aanleunt bij de stijl van Foorwijf en Dikke Lu. Alweer geen vrouwvriendelijk topic, namelijk de brokkenpiloot genaamd ‘de vrouw’. Hoogtepunt van het nummer is de bridge (tevens een unicum): het is het eerste nummer waar ik een band 3-stemmig hoor zingen over een gepeperde garagefactuur.

Kas
In Boecht van Dunaldi werd de Bulgaarse wijn op de korrel genomen. Hier moet de kast van Ikea eraan geloven. Ik hoorde het nummer vorig jaar in een live versie, maar er scheen nog wat werk aan te zijn. Dat werk is blijkbaar gedaan, maar het lijkt wel alsof er verschillende vondsten aan elkaar zijn geplakt. Er wordt gestart met een naar Metallica-geurende riff, waarna Clements vrouw, in de vorm van de stem van Dave Depeuter, de huidige drummer, aka Aram Van Ballaert (oef, ingewikkeld), het overneemt en Clements gezaag countert met zijn taak om de vuilzakken buiten te zetten. Wat volgt is een enorme stijlbreuk: het nummer gaat over in een country-melodie waarin Clement er vanonder muist naar het repetitiekot. Niet mijn favoriete nummer, maar gelukkig zijn er dan…

Gekookte patatten
Na een paar luisterbeurten is dit mijn favoriete nummer op de plaat. De eenvoud van de structuur en het alledaagse thema spreken mij aan. Matthijsen lijkt iets te hebben met ‘patatten’ want hij bezong eerder al Aardappelpuree, al blijft Clement hier liever bij het origineel: de gekookte patat, dus. De loftrompet wordt gestoken over zijn voedingswaarde en het gemak waarmee een gekookte patat valt te eten, ook als u niet over een set tanden beschikt, want ‘gekookte patatten hemmen gien kust’. Gaan over de hekel: de restaurants waar men schijnbaar de gekookte patat verafschuwt in het voordeel van frieten, kroketten, puree of -godbetert- pommes gratinés (sic).  Het is de ‘garçon’ die het moet bekopen in dit verhaal, dat ook nog eens boeiend wordt afgesloten met een verklaring waarom het Romeinse Rijk tenonder is gegaan.

Edde gij da na express gedaan
Dit nummer kwam op de blog al eerder aan bod: Clement stelt hier de onachtzaamheid van zijn vrouw aan de kaak. In de badkamer vindt hij namelijk na het douchen geen propere handdoek waar die hoort te liggen en vraagt zich af of hij zich -tot vermaak van zijn vrouw en haar vriendinnen- ‘moet afdrogen met WC-papier misschien?’
De ernst en de tragiek waarmee deze blues wordt vertolkt werken ook hier weer mooi als contrast met de banaliteit van het ‘badkamergebeuren’. Zijn lament, waarin hij zijn handdoekgemis vergelijkt met het ontbreken van wielen bij een auto, zijn een schitterende afsluiter. Iel plezaant!

Bloemen
Met Bloemen zijn we, wat mij betreft, al over het hoogtepunt van deze plaat heen. Het is een goed doordacht thema, dat aansluit bij de stijl die Matthysen ook in zijn Humo-columns gebruikt: een alledaags fenomeen tot zijn essentie herleiden en er vanuit een nieuwe invalshoek (zijnde die van Clement Peerens) een blik op werpen.
De melodie is schatplichtig aan ‘Alright Now’ van Free en daarmee is zowat alles gezegd. De uitsmijter kan dan wel op mijn goedkeuring rekenen: Dave mag zich nog eens in vrouwenkleren hullen en de eega van Clement spelen om hem te bedanken dat ze ook deze week weer geen bloemen heeft gekregen.

Zegt dat ni waar is
…vind ik het minst vindingrijke nummer van de plaat. Een verschot in de rug van de rocker zorgt ervoor dat een slippertje vroegtijdig moet worden beëindigd.
Probeer er Crosstown Traffic van Jimi Hendrix over te zingen: het lukt wonderwel.

Ik heb in iet gebeten
Live noemde de Clement dit het magnum opus van de CPeX, opgebouwd uit 3 delen. Dat klopt, maar het overtuigt mij niet echt. De tekst deed mij denken aan een eerder nummer (Jesus Wa Was Da) waarin een aantal psychedelische ervaringen van de zanger centraal staan. Ditmaal heeft hij (spoileralert) ‘gesleepwalkt’ terwijl hij droomde dat hij een bever was. Misschien wat vergezocht. Het verhaaltje is intrigerend, omdat je wil weten wat er juist is gebeurd, maar de ontknoping is wat flauw.

Brief uit de Thaise jail
We zijn terug waar we startten, namelijk bij Vettige Swa en, per uitbreiding, zijn frituur.
Dit lied is namelijk een op muziek gezette brief van de Swa vanuit (u raadt het nooit) zijn Thaise jail. Een leuke vondst, want nu weten we eindelijk wat er juist is gebeurd met de ex-drummer. Het nummer zelf heeft echter niet veel om het lijf, vind ik, al eindigt het ook hier met plotse ommezwaai en de lofrede aan de ‘mosseltjes in ’t zuur van de Swa’, een riedeltje dat makkelijk in je hoofd blijft rondspoken.

Boerinnenbinnendoen
Het officiële einde van dit album is tevens de eerder vooruitgestuurde single ‘Boerinnenbinnendoen’, waarin de band zich een funkuitstap toestaat.
De tekst en de muziek zijn af en ik vermoed dat het nummer naar achter is geschoven om de vorige, wat mindere, nummers te compenseren. “Funk is muziek voor boerinnen” en gemakshalve zijn boerinnen alle vrouwelijke inwoners van buiten de stad Antwerpen.

Nen onnozeleir komt nooit alleen
Het themanummer uit de film Frits en Freddy. Ik neem aan dat dit nummer is besteld door de filmproducent want buiten de aftiteling van de film lijkt dit niet echt te werken.

Sexy Robot
Het laatste nummer (bonus track 2) is zogezegd een oud nummer van de band ‘Geigerteller’ uit 1980, featuring Clement Peerens. Het is een goedgemaakte pastiche op Kraftwerk en vertelt, aan de hand van vocoders en drumcomputers het relaas van de zanger die verliefd is op een robot. Helaas loopt de relatie spaak, omdat de robot een scheve schaats rijdt met de wasmachine.

Samengevat ben ik blij dat er een nieuw CPeX album is. En veel dichter bij een nieuw Hugo Matthysen album zullen we voorlopig niet geraken. Er staan opnieuw heel wat sublieme liedjes op die vermoedelijk de komende jaren nog eens op een CPeX verzamelaar zullen verschijnen. De balans van de kwaliteit van de CD helt over naar de eerste 7 nummers.
Ik krijg ook de indruk dat de CD niet in één ruk is opgenomen: het timbre van Clement Peerens’ stem varieert nogal, van ‘classic Clement’ tot nasaal, bijna verkouden.
Ik onderschat Hugo Matthysens songschrijfkunst niet, maar de orchestraties van sommige nummers doen vermoeden dat Aram Van Ballaert zeker zijn invloed heeft gehad (ik vermoed ook dat hij de solo in ‘Kas’ voor zijn rekening neemt)
Ten zeerste aangeraden door Stanza.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.

I agree to these terms.